Laatste nieuws

 

Van de zomer had ik een beetje last van eczeem. Niks ernstigs en gelukkig niet op opvallende plekken, maar het wilde maar niet vanzelf overgaan. Daarom ging ik uiteindelijk toch maar naar de huisarts.

Ik ben niet iemand die de deur platloopt bij onze gezondheidszorgers. Het was ook de eerste keer dat ik onze nieuwe dokter in Valkenswaard bezocht. Een erg vriendelijke mevrouw die nog de tijd nam om te bekijken wat er aan de hand was. Op zich al bijzonder dat je niet wordt afgescheept met een student.

Na een grondig onderzoek concludeerde ze dat het inderdaad eczeem was en schreef ze triamcinolononacetonide voor. Dat klinkt heel duur, maar kost slechts 1,96 euro per tube. Dat weet ik nu ik de rekening van de apotheek heb ontvangen. Dat de assistente het aan mij gaf en me succes wenste kost echter 13,12 euro. ‘Terhandstelling met begeleidingsgesprek’ noemen ze dat.

Overigens heeft het zalfje niet geholpen. De uitslag ging pas weg toen ik een paar keer onder de hoogtezon was geweest. Voortaan vertrouw ik maar meteen op mijn grootmoeders huismiddeltjes. Oma weet het beter.

 

12,5 jaar is koper. 25 jaar is zilver. 50 jaar is goud. Maar wat is het als je 11 jaar getrouwd bent? Het komende jaar kunnen mijn echtgenoot en ik onszelf mannen van staal noemen.

17 februari 2006, ik kan het me nog goed herinneren. Het was net als nu vlak voor carnaval. We wilden ons feest vieren in een cafeetje dat eigenlijk veel te klein was, maar met het oog op de naderende dolle dwaze dagen hadden ze een feesttent aangebouwd.

Op de ochtend van onze trouwdag werden we wakkergebeld met de mededeling dat het ’s nachts zo hard geregend had dat de hele feesttent blank stond. Voordat ik goed en wel doorhad wat dat betekende, vertelde de kroegbaas al dat hij een alternatief kon regelen op loopafstand. Achteraf is het dus allemaal goedgekomen en we hebben een sterk verhaal dat we 11 jaar later nog steeds vertellen.

We houden nog net zoveel van elkaar als toen, maar er is ook wel het een en ander veranderd. We zijn wat grijzer geworden, een paar kilo aangekomen en we zijn verhuisd van Eindhoven naar Valkenswaard. En voor de zekerheid wonen we nu op de eerste verdieping. Mannen van staal of niet.

 

Ach ja, Valentijnsdag. Feestdag van de bloemisten en chocolatiers. Dag om met Belgische bonbons en betoverende boeketten iets goed te maken. Wij doen natuurlijk niet mee aan die flauwekul. Nou vooruit, een beetje dan.

Mijn man kreeg van mij een vredespalm en ik kreeg van mijn man een rood pluchen hart met ‘I love you’ erop. De schat. Heerlijk om ’s avonds mee in te slapen en ’s morgens mee wakker te worden. Zou je denken.

Daar dacht Billy heel anders over. Zodra hij in de gaten kreeg dat er iets nieuws was om mee te spelen had hij het al ingepikt. “Nee, Billy, dat heeft je ene baasje aan je andere baasje gegeven omdat hij zoveel van hem houdt.”

Maar koud een minuut later sjouwde onze bordeauxdog er alweer mee rond. “Geef hier, dat is niet van jou. Wat, grommen naar de baas?” Op een of andere manier hebben rode pluchen harten een enorme aantrekkingskracht op onze hond. Ach, toe dan maar, we houden immers ook van Billy.

 

Het was even wachten, maar eindelijk is The Walking Dead terug op tv. Het is een gruwelijk spannende serie, waarvan je na iedere aflevering meteen wilt weten hoe het verder gaat. En dan laten ze je halverwege het seizoen twee maanden wachten op het vervolg.

Hoewel ik weet dat de doden niet echt wandelen, ga ik me toch altijd onbewust afvragen of onze woning bestand is tegen een eventuele zombie-apocalyps. 

Aan de galerijkant zit dat wel goed. De ondoden kunnen onze verdieping alleen bereiken via de brandtrap. De poort op de begane grond heeft alleen een klink aan de binnenkant. Die krijgen oprukkende zombies dus nooit open. De roldeur naar de garage is al een zwakker punt. Dat is een kwestie van genoeg levenloze vriendjes meebrengen en duwen.

De achilleshiel is echter de hal. Die glazen pui hebben ze zo aan diggelen en dan hebben ze de keuze tussen de trap of de lift. Ik weet niet of ze kunnen traplopen, maar het liftknopje indrukken zal wel lukken. Dan is er op zich nog geen probleem, want als ze bij ons aanbellen doen we gewoon de deur niet open. Iedereen een fijne Valentijnsdag!

 

Wij hebben thuis geen echte taakverdeling, maar één uitgangspunt staat vast: mijn man kookt. De belangrijkste reden is dat het resultaat dan lekker is, wat bij mijn probeersels maar zeer de vraag is.

Toch blijft Anton af en toe proberen om mij koken voor beginners bij te brengen. Zo heeft hij mij onlangs uitgelegd hoe onze heteluchtoven werkt. Zodat ik wat kan bakken als hij er een keertje niet is. Uiteindelijk moet je toch op eigen benen leren staan.

Ik nam de proef op de som met diepgevroren kaassoufflés voor in de oven. Eigenlijk is het helemaal niet zo ingewikkeld. Eerst moet je de oven voorverwarmen. Je stelt de gewenste temperatuur in en wacht geduldig totdat die bereikt is.

Vervolgens stel je de duur in dat het product moet worden gebakken. Zie je wel: stelt niets voor. Hoewel ik een kleinigheidje was vergeten. Na twee minuten bedacht ik dat ik de kaassoufflés niet in de oven had gelegd. Volgende keer gaat het vast in één keer goed.

Vooruitgang

 

Heel lang geleden ben ik in Noorwegen op vakantie geweest. In die tijd had daar iedereen al een mobiele telefoon, terwijl dat bij ons nog een uitzondering was. Begrijpelijk, want mobieltjes werden toen nog in Scandinavië geboren. 

Ik kan me nog herinneren dat ik het allemaal maar grote onzin vond. Waarom zou je altijd bereikbaar moeten zijn? Ondertussen kun je dat stuk elektronica nauwelijks nog missen. Al is het maar om even te controleren of het gaat regenen. Dat is de vooruitgang. Je raakt er zo snel aan gewend.
Daaraan moest ik denken toen ik mijn grijs geworden shirts weer zwart wilde verven. Dan koop je bij de drogisterij een doosje textielverf en die doe je samen met je kleren en een pak zout in de wasmachine. Vervolgens draai je een normaal programma en komen je kleren er als nieuw uit.

“Hebben we nog keukenzout?”, vroeg ik aan mijn man. “Nee? Dan zal ik die ook meebrengen.” Totdat ik op de verpakking van de verf zag dat dat tegenwoordig niet meer nodig is. Dat noem ik pas vooruitgang. Waar zal dit ooit eindigen?

 

Sinds on demand kijken bestaat, heeft het begrip ouwe meuk een nieuwe betekenis gekregen. Wij hebben thuis MyPrime en Film1 omdat dat nu eenmaal bij ons pakket inbegrepen was. 

Bij MyPrime heb je tegenwoordig Game of Thrones en Westworld en verder vooral ouwe meuk. Bij Film1 kreeg je vroeger iedere dag een nieuwe film, tegenwoordig is het de halve tijd een oude film. Netflix hebben we maar opgezegd, want behalve House of Cards en Orange is the New Black is het vooral… ouwe meuk.

Het lijkt wel een interessante markt, want er komen steeds meer aanbieders: Videoland (ouwe RTL-meuk), KIJK (ouwe SBS-meuk), Amazon (TopGear of hoe dat tegenwoordig ook mag heten en ouwe meuk). Het is toch wel knap dat mensen bereid zijn daar een tientje in de maand voor neer te tellen. Laat je recorder complete series opnemen en je hebt hetzelfde resultaat.

Ik heb nu mijn eigen ondemanddienst opgezet. Die heet Peerflix en heeft alleen maar ouwe meuk, maar wel mijn meuk. Ik kijk naar series en films die ik ooit op dvd heb aangeschaft. Het enige nadeel is dat je af en toe moet opstaan om het schijfje te wisselen.

 

Het voordeel van een huis kopen is dat je verschillende kosten kunt aftrekken van de belasting. Niet dat je er rijker van wordt, want je hebt het geld eerst al uitgegeven, maar geld terugkrijgen is altijd fijn. Vandaar dat we vorig jaar een tussentijdse aangifte hebben gedaan. Anders hadden we tot halverwege dit jaar kunnen wachten op onze centen.

Na de tussentijdse aangifte over 2016 volgde een voorlopige aanslag voor 2017. Het bedrag dat we iedere maand terugkrijgen was ineens een stuk hoger dan we gewend waren. Ik dacht: ze zullen het bedrag van vorig jaar wel overgenomen hebben, maar pik in het is winter. Als het bedrag inderdaad te hoog zou blijken, konden we het verschil altijd nog terugbetalen.

Totdat iemand vertelde dat dat wel riskant was. Je moet de voorlopige aanslag zelf controleren. Als je voorlopige teruggave te hoog was, moet je het verschil terugbetalen met een belachelijke rente.

Dan toch maar weer een tussentijdse aangifte gedaan met alle cijfers die volgens mij wel klopten. En wat was de uitkomst: we zouden nog veertig euro per maand extra terugkrijgen. Ik begrijp er helemaal niets meer van, maar het zal wel kloppen. Misschien is het een beloning voor onze eerlijkheid.

De schaar erin

 
Mijn lange haar heeft me al veel bijnamen opgeleverd. Captain Jack Sparrow (zonder de eyeliner), André Rieu (zonder de violen), Jan Vayne (zonder de piano) en Geert Wilders (zonder de onverdraagzaamheid). Maar toen iemand zei dat ik er uitzag als een zwerver, wist ik dat de schaar erin moest.

Niet dat ik het wilde laten millimeteren, maar een beetje fatsoeneren kon geen kwaad. Gelukkig heb ik een man in huis met de nodige kappersvaardigheden en het bijbehorende gereedschap. Een kwartiertje stilzitten en de klus was geklaard.

Ik denk dat er aan de achterkant zeker vijf centimeter af is. Het resultaat mag er in ieder geval zijn. Het ziet er voller uit, het krult meer en ’s morgens gaat de kam er een stuk gemakkelijker doorheen. Alleen maar winstpunten.

Gisteren ging ik het resultaat vol trots aan mijn collega’s laten zien. Ik weet niet of er iemand in de gaten had dat er iets veranderd was, maar er was in ieder geval niemand die er wat van zei. “Peer je haar danst”, was toch wel het minste geweest, maar nee hoor. Dan kijk ik maar wat vaker in de spiegel en geef ik mezelf maar complimentjes.

 

Ziekenhuizen zijn een wereld op zich. Zodra je de schuifdeuren of draaideur (je kunt kiezen) bent gepasseerd, ben je in een andere microcosmos. Een wereld waar de ene helft van de mensen iets mankeert, wat de andere helft van de mensen probeert op te lossen.

Een wereld met eigen restaurantjes, koffieshopjes, een winkeltje en zelfs een kapsalon. Met leeszaaltjes en looproutes naar iedere afdeling. Iedereen is er vriendelijk, van de mannen en vrouwen in witte jassen tot de baliemedewerkers en de schoonmakers.

Terwijl je zit te wachten zie je een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking voorbijkomen. Bejaarde stelletjes, gezinnetjes met jonge kinderen. Verband om het hoofd, arm in het gips, rolstoel, rollator. Iedereen met een eigen verhaal.

Als je maar lang genoeg binnen de muren verblijft, krijg je vanzelf trek. Natuurlijk kun je dan kiezen voor een salade of een fruitcocktail. Maar gelukkig is er ook nog de Indonesische hamburger. Een broodje met niet alleen een burger, maar ook een gebakken ei, gevarieerde garnering en een stevige klodder satésaus. Ik kan het aanbevelen. Door de draaideur (of schuifdeuren), linksaf en meteen aan de rechterkant. Eet smakelijk.