Op ons kleine kamertje ligt altijd een stapel kleren. Kleren met een beperking. Kleren waar iets mis mee is, maar die nog te goed zijn om weg te gooien. Kleren die het nog waard zijn om hersteld te worden. Eens in de zoveel tijd loop ik met die stapel naar het plaatselijke naaiatelier.

Deze keer was het maar een klein stapeltje. Aanleiding was mijn winterjas die een knoop miste. Daar moest dringend wat aan gebeuren. De dagen worden immers snel kouder.

Dus ging ik op pad met een broek die één knoop tekortkwam en de jas waarvan drie knopen vervangen moesten worden. Eén afwijkende knoop ziet er immers niet uit. Dat is samen vier knopen en ik ging ervan uit dat ik het gerepareerde goed de volgende dag kon ophalen.

“Het is over een week klaar”, zei de medewerker vriendelijk. Over een week? Dat is anderhalve dag per knoop (op zondag wordt er immers niet genaaid). Zouden ze topdrukte hebben met de naderende kerstdagen? Of willen de zwartepietjes nog snel hun pietenpakjes laten repareren? Over een week is het klaar. Waar zijn die kindarbeidertjes als je ze nodig hebt?

Lange rijen deze week voor de Taco Bell en de Happy Italy. Het was weer Glow en dat trekt drommen mensen naar Eindhoven. Voor wie het lichtkunstfestival niet kent: dat is een soort lichtjesroute voor intellectuelen.

Ik ben er zelf wel eens eerder geweest en het is erg mooi. Grootste nadeel is de drukte. Een enorme mensenmassa wurmt zich door de straten van de binnenstad. Eigenlijk moeten ze zo’n evenement stilhouden anders worden het er alleen maar meer.

Om de menigte te ontwijken besloot ik dit jaar overdag te gaan. De Catharinakerk was weer prachtig. Wel jammer dat hij niet bewoog. Ook het Stadhuisplein lag er weer mooi bij en het hoogtepunt was misschien wel de Blob.

Op de route was het zalig rustig en er straalde een heerlijk herfstzonnetje. Toch viel het totaal me een beetje tegen. Maar dat schijnt de algemene teneur geweest te zijn dit jaar, dus dat klopt dan ook wel weer.

Het aftellen voor Kerstmis is weer begonnen. Maria is over 44 dagen uitgeteld, dus hoog tijd om de kraamstal in orde te maken. We hebben een engeltje gevangen en dat aan het dak vastgespijkerd. Anders vliegt het weg en zonder engelengezang is zo’n bevalling toch veel minder plezierig.

Maar kerst is eigenlijk helemaal niet de dag dat Jezus geboren is. Zijn vroege volgers waren zijn verjaardag glad vergeten en besloten daarom een bestaande feestdag in te pikken. Dat werd het zonnewendefeest dat toch al massaal gevierd werd.

Maar dat feest gaat eigenlijk over het kwaad dat wordt verjaagd en de dagen die weer langer worden. We vieren dus eigenlijk dat de natuur weer de goede kant op gaat. Vandaar dus de groene spar die we naar binnen halen en volhangen met allerlei opsmuk. Alleen zijn onze twee bomen van plastic en is er één zilver van kleur.

Maar ze staan in ieder geval en dat is waar het om gaat. Voor wie eerst nog het feest van de heilige slavendrijver wil vieren: veel plezier daarbij. Wij slaan die stap over en gaan meteen voor de gezellige rode dikkerd en zijn rendieren. En nemen alvast een glühwein. Gewoon omdat het kan.

Mensen zeggen wel eens: “Peer, wat zie jij er nog jeugdig uit. Hoe oud ben jij eigenlijk?” “51”, antwoord ik dan vanaf vandaag. “O, ik dacht dat jij veel ouder was”, mompelen ze dan verontschuldigend. Mijn haar in een paardenstaart helpt wat dat betreft niet erg. Een overjarige hippie.

Mijn man en ik doen niet zo veel aan onze verjaardagen. We kopen natuurlijk wel cadeautjes voor elkaar, maar we kunnen nooit het geduld opbrengen om die te bewaren totdat de ander echt jarig is.

Zo kreeg ik een paar weken geleden al een Alice in Wonderlandkonijn. Met een klokje dat ook echt de tijd aangeeft. De juiste tijd zelfs, totdat ze zo nodig weer de klok moesten verzetten. Ik hoop dat ze daar eens een keer mee stoppen, met die flauwekul. Gewoon het hele jaar zomertijd. Dan verjaar ik ook eens in de zomer.

Een paar dagen terug kreeg ik voor mijn verjaardag een heel mooi T-shirt. Inderdaad: in mijn wereld is het altijd zomertijd. En wat kreeg ik vandaag? Een hand en een paar zoenen. Aan mijn geluk komt geen einde.

 

 

Leuk hoor, af en toe een stukje schrijven op social media, maar eigenlijk gaat het natuurlijk om de reacties en de likes. Het leven heeft pas zin vanaf twintig duimpjes, hartjes en lachende gezichtjes. Na een kritische opmerking kan ik de hele dag van slag zijn.

Het was dus wel even schrikken toen ik zag wat me op Twitter was overkomen. Volger X had me toegevoegd aan een lijst: ‘Te lang niet getweet’. Daarom op veler verzoek, of eigenlijk moet ik zeggen ‘op ener verzoek’ een stukje (met bijbehorende tweet).

Ik kan het me nog goed herinneren. Het was op zaterdag 21 oktober. Mijn vorige stukje ging over de groene golf in Valkenswaard, die ondertussen naar behoren werkt. Als het signaal oplicht, kun je erop vertrouwen dat het volgende verkeerslicht ook groen is. Een klein groen golfje. Een opblaasbadje dat te lang buiten heeft gestaan.

Als je niet aan schrijven toekomt kan dat twee dingen betekenen. Of je maakt niets mee of je hebt het te druk om te schrijven. De waarheid ligt ergens in het midden. In ieder geval geen reden voor bezorgdheid.

 

Groene golf

Wil je als dorp tegenwoordig een beetje meetellen, dan moet je minimaal één verkeerslicht hebben. Al is het maar bij de voetgangersoversteekplaats bij de plaatselijke basisschool. Een dorp zonder stoplicht is echt een boerengat.

In Valkenswaard zijn wij dat punt allang gepasseerd. Hier staan verkeerslichten op bijna iedere hoek van de straat. Wij hebben hier zoveel verkeer dat je zonder stoplichten nauwelijks aan de andere kant van de straat kunt komen.

Maar nu hebben wij een heuse primeur. Valkenswaard heeft zijn eerste groene golf. Op de doorgaande weg dwars door het dorp: om het verkeer zo snel mogelijk weer het dorp uit te jagen. Dat de auto’s en vrachtwagens al die uitlaatgassen maar over de weilanden en in de bossen uitblazen in plaats van tussen onze prachtige huizen.

Het is nog wel even wennen, zo’n groene golf. Als bij de eerste kruising het symbool oplicht, wil dat namelijk helemaal niets zeggen over de kleur van de volgende verkeerslichten. Kan groen zijn, kan rood zijn, alles kan. Maar het begin is gemaakt. En dit of volgend jaar gaat het vast wel een keer werken.

 

“Wilt u het bonnetje?”, vraagt de caissière vandaag de dag als je de inhoud van je winkelwagentje net hebt afgerekend. Het is beter voor het milieu als je de eindafrekening niet laat uitprinten, is de achterliggende gedachte.

Toch wil ik altijd het bewijsmateriaal van mijn aankopen. De caissière zit er namelijk geregeld naast. Een fles wijn te veel aangeslagen of de actieprijs van het gehakt zat niet in het kassasysteem. En hoe kan ik bewijzen dat ik die verwelkte rozen toch echt pas twee dagen geleden gekocht heb, als ik geen bonnetje heb. Vandaar dus een volmondig: “Ja, ik wil.”

Veel slechter voor het milieu is de Gouden Gids. Dat totaal achterhaalde relikwie uit de jaren negentig dat doet alsof het internet nooit is uitgevonden. Dat stoppen ze ongevraagd in je brievenbus, ook al heb je een JA-NEE-sticker. Alsof het niet één groot reclamefolder is. Weet je wel hoeveel kassabonnetjes er in zo’n Gouden Gids passen?

De afstand van onze brievenbus naar de papiercontainer is zes stappen. Zo lang hebben we dus plezier gehad van het gele boekwerk. Mijn advies aan de uitgever: bespaar je de moeite. Misschien moeten jullie gewoon vragen: “Wilt u de Gouden Gids?” Of zou het antwoord dan te vaak nee zijn?

Deze week zijn mijn man en ik bijna slachtoffer geworden van de goededoelenmaffia. De Al Capones en Lucky Luciano’s die menen dat alle middelen zijn toegestaan om jou je portemonnee te laten omkiepen voor de liefdadigheid.

Er kwam een lief dametje aan de deur voor de Brandwondenstichting. De goededoelenmaffia stuurt altijd lieve dametjes. Of we geld wilden geven om het leven van mensen met brandwonden wat draaglijker te maken. Natuurlijk wilden we dat en we kregen er zelfs een gratis kans op 10.000 euro bij. Geld geven is leuk, maar geld krijgen is natuurlijk nog veel leuker.

Winnen was nog niet zo simpel. Eerst moest je drie stickertjes van je lot verwijderen om te zien of je drie gelijke symbolen had. Wij winnen nooit wat, maar deze keer hadden we geluk. Daarna moesten we onze unieke wincode invoeren op de website van de Vriendenloterij. Daar voelden we al nattigheid want de Vriendenloterij zijn natuurlijk boeven, maar: “Deelname is gratis en vrijblijvend.” Ze wilden alleen ons telefoonnummer zodat ze ons één keer konden bellen.

Met een druk op de knop zouden we weten of we hadden gewonnen. Hoera! We mochten kiezen uit drie cadeaupakketten van 80 euro. Wij die nooit wat winnen! Gelukkig zag ik nog net op tijd dat je dan vastzat aan de Vriendenloterij. In kleine lettertjes erboven stond namelijk dat we niet hadden gewonnen. Maar hebberige mensen zien dat natuurlijk niet. Zo luist de Vriendenloterij je erin. Don Corleone zou het niet slimmer kunnen doen.

Het was rommelmarkt in het dorp en de opbrengst was voor de Scouting. Nu zijn rommelmarkten toch altijd al een beetje deprimerend, maar het regende ook nog. Bepaald geen vrolijke boel dus.

Als je iets nuttigs wilt vinden, moet je vroeg van de partij zijn. Niet vier uur wachten zodat anderen al met de bruikbare spullen aan de haal zijn gegaan. Als je het dan nog probeert, weet je waar de ‘rommel’ in het woord ‘rommelmarkt’ vandaan komt.

Ze hadden videobanden. Zouden er nog mensen zijn met een ouderwetse videorecorder? Ze hadden elektrische apparaten. Wie koopt er dat soort spul op een rommelmarkt? Zeker als het de hele dag in de regen gestaan heeft. Ze hadden meubels waarvan de gulle gevers vooral blij waren dat ze er niet mee naar de plaatselijke vuilstort hoefden te rijden.

Maar het opmerkelijkst was die enorme berg met afgedankte kleren. En die vrouwen (het waren alleen vrouwen) die er tot hun knieën in weggezakt waren terwijl ze nog iets van hun smaak probeerden te vinden. Dan is het toch net alsof je in een derdewereldland bent terechtgekomen.

Scheef

Je zult me niet snel betrappen op ijdelheid. Als ik mezelf bekijk zie ik her en der nog wel ruimte voor verbetering. Waar ik en mijn ouders wel mee wil complimenteren is mijn gebit. Mijn tanden staan echt keurig op een rijtje zoals God het in Zijn grote plan heeft bedacht. Alleen dat ene snijtandje, onderaan vooraan, staat een beetje scheef.

Als je je daar eenmaal bewust van bent, is het alsof hij door de jaren heen steeds schever gaat staan. Gelukkig heeft de objectieve toeschouwer het meestal niet in de gaten. Het is toch vooral mijn eigen probleem. En van de tandarts natuurlijk.

De beste man was deze keer binnen vijf minuten klaar. Hij hoefde eigenlijk niets te doen. Alleen een beetje tandsteen verwijderen: bij die scheve snijtand.

Om mijn goede wil te laten zien vroeg ik hem of ik daar bij het poetsen een beetje extra aandacht aan moest besteden. “Nee hoor”, zei hij, “volgens mij poets je prima en dat beetje tandsteen haal ik wel weg.” Dat is nog eens wat anders dan bij onze voormalige mondhygiëniste die met hel en verdoemenis dreigde als ik niet beter mijn best zou doen.