Mijn haar houdt de gemoederen bezig. En niet alleen van mezelf. Ik dacht van heel wat gedoe verlost te zijn als ik mijn haar lang liet groeien, maar daardoor heeft juist iedereen er een mening over.

In de wildernisperiode kamde ik het met gel naar achteren, maar toen het lang genoeg was ging ik het in een staart dragen. Toen ik daarop uitgekeken was, gooide ik het los. Zelf vond ik het wel iets van Cornelis Le Mair weghebben, maar verder was “Ik vind het niet mooi” de meest gehoorde reactie. Van allerlei mensen wier mening er niet toe doet, maar ook van mijn man. Dus moest ik iets anders verzinnen.

Nu heb ik het boven strak naar achteren in een staartje en in de nek los. “Wat ben jij toch met je haar bezig. Je lijkt wel een meisje.”

Verder werd ik vergeleken met Salvador Dali. Ik vroeg nog of dat een compliment was, maar dat was wel zo bedoeld. Anton zag dat anders, “want die heeft zo’n bolle ogen.” Iemand anders herkender er Tinus Kanters in. De festivalorganisator is 112 en heeft nogal geleefd. Zeg dan in ieder geval ‘een jonge Tinus Kanters’.

Gribus

Heel lang geleden was ik op vakantie in Londen. Tijdens rondzwervingen door ons enorme hotel belandden we in het gedeelte waar het personeel verbleef. Daar werden de gangen nauwelijks gestofzuigd en in de krappe lift waren we bang dat we tussen twee verdiepingen zouden blijven steken. Duidelijk geen hoge prioriteit bij de eigenaar.

Daaraan moet ik wel eens terugdenken als ik vanuit onze woonkamer naar de parkeerplaats bij ons appartementengebouw kijk. Het deel voor de bezoekers van het winkelgebied en het uitgaanscentrum wordt keurig onderhouden.

Maar achter een poort ligt nog een stukje waar winkelpersoneel zijn auto neerzet. Overwoekerd door onkruid en met bergen dorre bladeren die in de uithoeken zijn gewaaid. Bepaald geen visitekaartje. De meeste parkeerders krijgen dat niet mee, maar wij kunnen vanuit ons appartement alles overzien.

Totdat een man dat afgelegen stuk aan het fatsoeneren was. Misschien wel omdat iemand er A4’tjes had opgehangen, wellicht met kritiek op die gribus. Ik moest een verrekijker zoeken om het opschrift te kunnen lezen. Het lag toch anders: een winkelier had de parkeerplaatsen geclaimd en wilde waarschijnlijk in en uit zijn auto stappen zonder door die rommel te hoeven waden.

Vroeger ging je naar de boekenwinkel en daar kocht je een boek en dan had je een boek. Of je ging naar de platenzaak en nadat je betaald had kon je de aangschafte cd meteen mee naar huis nemen. Tegenwoordig koop je zoiets op internet en moet je maar afwachten of je je aankoop ook echt in de bus krijgt.

Zo werd Black Friday afgelopen jaar steeds zwarter. Ik had een voordelige dvd op de kop getikt met gratis verzending. Dan begrijp je dat het eventjes duurt, maar geen maanden. Als je dan informeert en geen reactie krijgt, weet je al hoe laat het is. De film heb ik toen maar ergens anders gekocht.

Of je koopt ruimschoots voor carnaval een leuk halloweenkostuum dat ondanks flinke verzendkosten behoorlijk lang op zich laat wachten. Iedere keer als je vraagt waar het blijft, krijg je hetzelfde mailtje waarin staat dat er iets mis was gegaan, maar dat het er nu echt aankomt. Uiteindelijk hebben we maar iets bij Bol.com gekocht, want dat heb je tenminste de volgende dag.

Dat die internetbedrijven jouw geld hebben terwijl jij met lege handen staat voelt niet eerlijk. Daarom heb ik de creditcardmaatschappij en Paypal op hen af gestuurd. En allebei hebben ons geld teruggehaald bij die boeven. Dat voelt toch een stuk beter. Laat die oplichters maar bloeden.

Snackautomaten horen bij de meest gehate apparaten ter wereld. Vanaf vandaag begrijp ik waarom. Eigenlijk zijn het illegale gokkasten. Je stopt er geld in en daarna moet je maar afwachten of je iets wint.

Het is natuurlijk al niet fijn als je op zaterdag moet werken. Eigenlijk wil je je auto wassen of gaan klussen in huis, maar in plaats daarvan moet je naar kantoor om kantoordingetjes te doen. Bovendien vergeet je je broodtrommel en dan is de kantine natuurlijk ook nog eens gesloten.

De enige oplossing is dan de snackautomaat. Mijn eerste poging betrof een gevulde koek. De gekrulde stang begon te draaien, maar de koek bewoog iets te langzaam naar voren. Daardoor was het luik dat de traktatie moet doorlaten alweer gesloten en viel de koek erbovenop.

Dan kun je tegen die automaat slaan, maar dat mag natuurlijk niet. Ik dacht: dan bestel ik nog maar iets. Een worstenbroodje is ook wel lekker. Nadat ik opnieuw geld had gedoneerd, viel de gevulde koek inderdaad door het luik. Het worstenbroodje wikkelde zich echter om de de ijzeren wokkel en die zullen ze op derde paasdag operatief moeten verwijderen. Ach, een winkans van 50 procent is altijd nog beter dan de Staatsloterij.

 

Nieuw

Een bijzonder stukje vandaag. Het is namelijk het eerste dat is geschreven op mijn nieuwe iPad. Mijn oude was een inmiddels prehistorische iPad 2, mijn nieuwe heet een Nieuwe iPad. Dat is wel slim van Apple, want op die manier blijft hij nieuw, zelfs als hij oud is.

My First iPad ging alweer heel wat jaren mee. Het voornaamste probleem was ondertussen dat het een instapmodel met beperkte geheugenruimte was. Daardoor kwam het apparaat maar langzaam op gang en bleef het bijvoorbeeld hangen als er een app geüpdatet moest worden. Steeds als ik een nieuwe app wilde installeren, moest er eerst een andere af.

Daarom heb ik mezelf nu verwend met 128 gieg. De tablet is zelfs iets goedkoper dan zijn voorganger al blijft ‘goedkoop’ bij Apple altijd een rekbaar begrip.

Maar opmerkelijk genoeg hadden ze daar een financieringsregeling waarmee je nog wat geld terug kon krijgen voor je oude exemplaar. Het bouwjaar en de kleine scheurtjes in het scherm zorgden er echter voor dat de waarde werd vastgesteld op nul euro. Kijk, daar heb je nog eens wat aan. Gelukkig zijn er altijd mensen die een werkende iPad wel kunnen waarderen. Al is het maar om te kunnen patiencen.

Een van mijn favoriete tv-series aller tijden is Twin Peaks. Bedacht door de vreemde filmregisseur David Lynch was het een combinatie van een moordmysterie en een soapdrama met paranormale invloeden. Het programma was zijn tijd ver vooruit en ik kon er naar blijven kijken.

De eerste reeks werd uitgezonden in 1990. RTL gooide meteen al roet in het eten. Wij hadden toen geen kabel of schotelantenne, dus ik moest wachten totdat de afleveringen op video verschenen. Al snel waren ze grijs gekeken en inmiddels zijn de banden vervangen door blurayschijfjes.

Het grappige is dat de serie destijds eindigde met de tekst “See you again in 25 years” en wat denk je: 25 jaar later kwam inderdaad het nieuws dat er aan een vervolg werd gewerkt. Vorig jaar ging dat in première en in Nederland was het te zien bij abonneezender Videoland van… RTL.

Dat betekende dus dat ik opnieuw moest wachten totdat de seizoensbox uit zou komen. Vandaag lag hij in de brievenbus. Dat betekent dus opnieuw de nodige avonden genieten van geheimzinnige gebeurtenissen in het Amerikaanse bergdorpje. En het leuke is dat veel originele acteurs opnieuw meespelen en die zijn net als ik 25 jaar ouder geworden. Lang genoeg gewacht dus.

Er is één vraag waar ik nooit op durf te antwoorden: “Hoe oud denk je eigenlijk dat ik ben?” Dat is spelen met vuur. En als ik dan toch word gedwongen, bouw ik altijd een veiligheidsmarge in van minimaal vijf jaar, maar liever tien. Je wilt immers niemand krenken. Omgekeerd hebben mensen daar veel minder moeite mee. 

Vroeger werd ik altijd een stuk jonger geschat. Ik weet niet of het door mijn lange blonde lokken kwam of door mijn algehele uitstraling. Dat maakt ook niet uit, want naarmate de jaren vorderen, aanvaard je iedere meevaller in steeds grotere dankbaarheid.

Als mensen echt geen idee hebben en vragen: “Hoe oud ben je nou eigenlijk”, reageer ik altijd met de tegenvraag: “Wat schat je?”, ervan uitgaand dat mensen net als ik uit beleefdheid aan de lage kant gaan zitten. Sinds een tijdje valt dat tegen en gokken sommigen zelfs te hoog.

Het is de verloedering van de maatschappij. Zeg nou gewoon dat die paardenstaart prima bij me past en dat dat T-shirt me geweldig goed staat. Dat je ook altijd al zo’n tatoeage hebt gewild en dat ik geen jaar ouder lijk dan veertig. Kost helemaal geen moeite en je doet er deze oude man een groot plezier mee.

JA-NEE

Woensdag zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Nog drie dagen en ik heb geen idee op wie ik ga stemmen en of ik wel ga stemmen. “Maar, Wereldpeer, als je niet gaat stemmen heb je daarna geen recht van spreken meer!” Je kunt het ook omdraaien: als je wel gaat stemmen, ben je medeplichtig.

In onze gemeente doen acht partijen mee, die één voor één afvallen als serieuze kandidaat. Bijvoorbeeld die partijen die folders in onze brievenbus stoppen ondanks onze JA-NEE-sticker. Als ze die verantwoordelijkheid al niet aankunnen…

Dan is er die lijst met een nummer twee die zaken doet met een advocaat die uit het ambt is gezet. Twee partijen hebben kandidaten uit een familie die vooral bekend is geworden door vriendjespolitiek. En dan nog die oud- PVV’er die hier zijn eigen bejaardenpartij is begonnen omdat Henk Krol hem niet wilde. Zeg het maar!

Gelukkig kun je ook nog je mening geven over de sleepwet. Mensen roepen massaal dat ze niet willen dat de overheid hun telefoon afluistert of hun e-mailtjes meeleest. Dezelfde mensen staan straks te jammeren als de geheime dienst die terroristische aanslag niet heeft voorkomen. Een veel te ingewikkeld onderwerp voor een JA-NEE-referendum.

Het moet zeker drie jaar geleden zijn dat ik me voor het laatst ziek heb gemeld. Hele griepgolven heb ik lachend aan me voorbij laten gaan. En ook bij de laatste tsunami van influenza meende ik de dans te ontspringen met dank aan een gezonde geest in een gezond lichaam. Maar helaas.

Ik vind dat ik het nog lang heb uitgezongen. Na carnaval was er nog geen wolkje aan de lucht. Waar steeds meer mensen het lieten afweten, hield ik kranig stand. Ik leek in mijn eentje wel een Frans dorpje in de Romeinse tijd.

Maar uiteindelijk moest toch de ketel met toverdrank tevoorschijn worden gehaald. Of in de praktijk het doosje met Paracetamol. De pilletjes gingen er doorheen als waren het BenBits. En ’s nachts leek het wel alsof ons waterbed lek was, maar we hebben geen waterbed.

Opvallend genoeg staat mijn lijf zichzelf alleen in het weekend toe om ziek te worden. Alleen was dit een weekend waarin ik moest werken. Dat ging dus niet door en er moest een blik met invallers worden opengetrokken. Maar daarvoor moet ik nu uiteindelijk wel zelf de tol betalen, want ze schuiven je weekenddienst gewoon een week door. Denk je daar eens lekker onderuit te komen.

Het leven is een aanschakeling van hoogte- en dieptepunten: carnaval, Valentijnsdag, ons 12-jarig huwelijksfeest. Maar wat is dan het dieptepunt, vraag je je misschien af. Dat moet dan de lekkage zijn, waarmee we gisteren werden geconfronteerd.

Onder ons appartement is een tunneltje, waardoor auto’s naar de binnenplaats kunnen rijden. Gisteren kwam een buurman vertellen dat er daar water naar beneden druppelde en dat moet wel haast uit onze woning afkomstig zijn.

Erg verwonderlijk is dat overigens niet, want ons appartementengebouw wordt veelvuldig geplaagd door lekkages. Zeker drie of vier in een jaar tijd. Zoveel dat het eigen risico per schadegeval omhoog moest omdat de opstalverzekering anders onbetaalbaar werd. En nu zijn wij dus het spreekwoordelijke haasje.

Enigszins ontdaan door deze ellende besloot ik maar naar mijn werk te rijden. Maar eerst moest ik nog langs het meubelplein want ik had me voorgenomen om Anton voor onze trouwdag iets leuks voor in huis te geven. Het werd een mooie vaas. Toen ik later mijn collega’s over alle tegenslag vertelde, had een van hen een prima oplossing: dan zet je die vaas toch gewoon onder dat lek.