Maandelijks Archief: juli 2017

Als je de eerbiedwaardige leeftijd van 50 bereikt hebt, kun je wel blijven doen alsof je de jeugdigheid zelve bent, maar op een gegeven moment zul je toch moeten accepteren dat je te oud bent voor Ronnie Flex, Lil’ Kleine en Jebroer. Net zoals je grootouders niets begrepen van de Beatles en de Rolling Stones.

Op een gegeven moment moet je je verzoenen met je sterfelijkheid en je leeftijd accepteren. Omroep MAX kijken op tv, dagjes uit naar Giethoorn en Volendam, jezelf in plooibroeken en ruitjesoverhemden hijsen, de haartjes kortgeknipt en op tijd naar bed. Er moet bij ons dus nog veel gebeuren.

Dat we gisteren gingen shoppen bij Van Cranenbroek, was een mooi begin. Een enorme hal vol met middelmatigheid in alle soorten en maten. Kleren en tuinmeubels, speelgoed en dierenvoer, feestartikelen en huishoudspulletjes. Ze hebben er echt alles.

Wij kwamen buiten met een setje dobbelstenen voor aan de autospiegel. Verfraaiing en luchtverfrisser in één. Buitengeur stond er op de verpakking. Als dat niet degelijk is. Helaas moesten we onderweg het raam opendraaien omdat de lucht niet te harden was. Ze zien er wel leuk uit. Ook belangrijk.

Soms heb ik dringend de behoefte om mijn kleerkast op te ruimen. Om al mijn broeken en T-shirts en bloesjes weg te doen die ik ooit in een vlaag van wansmaak heb aangeschaft. Ruimte scheppen in je kleerkast is ruimte scheppen in je hoofd.

Maar kleren weggooien die nog niet versleten zijn, is een van de zeven hoofdzonden. Gelukkig is er dan de daklozenopvang. Ook daklozen hebben kleren nodig, maar zij hebben geen kleerkast om ze in te leggen en te hangen.

Met een liefdadig gevoel bladerde ik door mijn garderobe. Deze blijft, deze gaat, deze blijft… Zo kregen de blijvertjes meer ademruimte en de kledingstukken die moesten gaan hadden uitzicht op een tweede leven bij iemand die het niet zo goed getroffen heeft als wij.

Soms moest ik even twijfelen. Niet over de vraag of ik iets wel weg moest doen. Daar was ik zo uit. Maar over de vraag of ik iets wel aan een dakloze kon geven. Met zo’n afgeknipte spijkerbroek ziet zo’n dakloze er zo uit als een zwerver. Dat moet je zo iemand niet willen aandoen. Die gaat dan dus toch maar in de vuilniszak.

Twee of drie. Meestal maakt het niet zo veel uit. Twee of drie suikerklontjes in de koffie. Het is allebei vies. Twee of drie koekjes erbij? In beide gevallen een klein feestje. Maar soms is twee of drie een wereld van verschil.

Zo liep laatst onze voorraad wc-papier ten einde. Als je dat constateert is het hoog tijd om op te treden. Je wilt niet dat je uiteindelijk naar de voorpagina van het Eindhovens Dagblad moet grijpen. Zeker niet als je die dezer dagen digitaal leest.

Gelukkig is er dan de dozensupermarkt om de hoek. Die heeft immers altijd een hele berg klaarliggen. Hoewel: deze keer waren ze helemaal door het drielaags toiletpapier heen. Dan kun je dus uitwijken naar vierlaags of tweelaags. En aangezien onze wc ooit verstopt is geraakt door vierlaags papier werd het dus tweelaags.

Iets minder luxe dan we gewend zijn, maar voor een keertje moest dat dan maar. Nou dat hebben we geweten. Dubbellaags papier van de dozenwinkel kun je zo doorheen kijken. En als je het rolletje afwikkelt, valt het al bijna in snippers uit elkaar. Daarom zijn we toch maar snel ergens drielaags gaan halen. Vandaar: gratis ter overname aangeboden elfeneenhalve rol tweelaags toiletpapier om mee te papiermacheeën of om propjes van te maken.

Ik heb helemaal niets met abseilen en ook bungeejumpen is niet mijn ding. Er gaan maanden voorbij zonder parachutesprong. Toch is mijn leven af en toe best wel avontuurlijk. Vanmorgen nog.

Om negen uur wilde ik mijn auto naar mijn werk rijden. Vanuit onze parkeerkelder moet ik dan via een steile hellingbaan naar de uitgang. Normaal gesproken opent zich dan de roldeur, maar vanmorgen ging hij juist dicht. Daar sta je dan bovenaan een steile helling en je kunt geen kant op.

Ik weet al waar het waarschijnlijk misging. Vlak voor mij vertrok er een knul op een fiets en die heeft waarschijnlijk de roldeur gebruikt in plaats van de gewone deur, zoals volwassen fietsers doen. Daarmee het hele ritme van de roldeur in de war gooiend.

Eerst moest ik proberen of ik met de afstandsbediening de roldeur ook van bovenaf kon openen. Dat lukte gelukkig. Daarna kreeg ik een hellingproef van buiten categorie: mijn auto aan de rol zien te krijgen bij een enorm stijgingspercentage. En dan liefst naar buiten in plaats van achteruit terug naar beneden. De derde poging lukte. Het waren een paar spannende seconden. Genoeg voor de komende maanden.

 

Ik had mijn speech al helemaal voorbereid voor als meneer en mevrouw gekkie me weer zouden aanspreken op het poepgedrag van onze Billy. Maar beide balkonschreeuwers lijken van de aardbodem verdwenen. Misschien kon God het ook niet meer aanzien en heeft hij hen in zoutpilaren veranderd?

Ik wist al precies wat ik zou zeggen. Dat ze maar naar het politiebureau moesten gaan als ze het er niet mee eens waren (dat is hier om de hoek). Dat ze daar dan maar moesten vertellen dat er iemand zijn hond uitlaat onder hun balkon, dat vervolgens keurig opruimt en de poep in een afvalbak gooit die daarvoor bedoeld is. Ik denk dat ze meteen in dwangbuizen afgevoerd zouden worden naar een bijpassende inrichting.

Maar nadat meneer gekkie urenlang in de regen op de uitkijk had gestaan, hebben we niets meer van het gestoorde stel vernomen. Misschien zoutpilaren, misschien hebben ze de moed opgegeven, misschien zijn ze gewoon op vakantie. Wie zal het zeggen?

Maar wij zijn de beroerdste niet. We leggen voortaan een knoopje in het zakje, voordat we het weggooien. En we gooien het in de afvalbak zo ver mogelijk van hun balkon vandaan. Je moet de problemen immers niet opzoeken. Als ze nu nog commentaar hebben, weten we in ieder geval zeker dat het niet aan ons ligt.