Maandelijks Archief: april 2018

Mijn haar houdt de gemoederen bezig. En niet alleen van mezelf. Ik dacht van heel wat gedoe verlost te zijn als ik mijn haar lang liet groeien, maar daardoor heeft juist iedereen er een mening over.

In de wildernisperiode kamde ik het met gel naar achteren, maar toen het lang genoeg was ging ik het in een staart dragen. Toen ik daarop uitgekeken was, gooide ik het los. Zelf vond ik het wel iets van Cornelis Le Mair weghebben, maar verder was “Ik vind het niet mooi” de meest gehoorde reactie. Van allerlei mensen wier mening er niet toe doet, maar ook van mijn man. Dus moest ik iets anders verzinnen.

Nu heb ik het boven strak naar achteren in een staartje en in de nek los. “Wat ben jij toch met je haar bezig. Je lijkt wel een meisje.”

Verder werd ik vergeleken met Salvador Dali. Ik vroeg nog of dat een compliment was, maar dat was wel zo bedoeld. Anton zag dat anders, “want die heeft zo’n bolle ogen.” Iemand anders herkender er Tinus Kanters in. De festivalorganisator is 112 en heeft nogal geleefd. Zeg dan in ieder geval ‘een jonge Tinus Kanters’.

Gribus

Heel lang geleden was ik op vakantie in Londen. Tijdens rondzwervingen door ons enorme hotel belandden we in het gedeelte waar het personeel verbleef. Daar werden de gangen nauwelijks gestofzuigd en in de krappe lift waren we bang dat we tussen twee verdiepingen zouden blijven steken. Duidelijk geen hoge prioriteit bij de eigenaar.

Daaraan moet ik wel eens terugdenken als ik vanuit onze woonkamer naar de parkeerplaats bij ons appartementengebouw kijk. Het deel voor de bezoekers van het winkelgebied en het uitgaanscentrum wordt keurig onderhouden.

Maar achter een poort ligt nog een stukje waar winkelpersoneel zijn auto neerzet. Overwoekerd door onkruid en met bergen dorre bladeren die in de uithoeken zijn gewaaid. Bepaald geen visitekaartje. De meeste parkeerders krijgen dat niet mee, maar wij kunnen vanuit ons appartement alles overzien.

Totdat een man dat afgelegen stuk aan het fatsoeneren was. Misschien wel omdat iemand er A4’tjes had opgehangen, wellicht met kritiek op die gribus. Ik moest een verrekijker zoeken om het opschrift te kunnen lezen. Het lag toch anders: een winkelier had de parkeerplaatsen geclaimd en wilde waarschijnlijk in en uit zijn auto stappen zonder door die rommel te hoeven waden.

Vroeger ging je naar de boekenwinkel en daar kocht je een boek en dan had je een boek. Of je ging naar de platenzaak en nadat je betaald had kon je de aangschafte cd meteen mee naar huis nemen. Tegenwoordig koop je zoiets op internet en moet je maar afwachten of je je aankoop ook echt in de bus krijgt.

Zo werd Black Friday afgelopen jaar steeds zwarter. Ik had een voordelige dvd op de kop getikt met gratis verzending. Dan begrijp je dat het eventjes duurt, maar geen maanden. Als je dan informeert en geen reactie krijgt, weet je al hoe laat het is. De film heb ik toen maar ergens anders gekocht.

Of je koopt ruimschoots voor carnaval een leuk halloweenkostuum dat ondanks flinke verzendkosten behoorlijk lang op zich laat wachten. Iedere keer als je vraagt waar het blijft, krijg je hetzelfde mailtje waarin staat dat er iets mis was gegaan, maar dat het er nu echt aankomt. Uiteindelijk hebben we maar iets bij Bol.com gekocht, want dat heb je tenminste de volgende dag.

Dat die internetbedrijven jouw geld hebben terwijl jij met lege handen staat voelt niet eerlijk. Daarom heb ik de creditcardmaatschappij en Paypal op hen af gestuurd. En allebei hebben ons geld teruggehaald bij die boeven. Dat voelt toch een stuk beter. Laat die oplichters maar bloeden.