Maandelijks Archief: juni 2018

Buschauffeurs hebben het ook niet gemakkelijk. Van nature zijn ze allemaal ontzettend aardig, maar ik begrijp wel dat je een beetje chagrijnig wordt als je geen plaspauze mag houden.

Gisteren wilde ik met de bus naar de grote stad om tijdens een etentje afscheid te nemen van een collega. Hij is al vertrokken, dus eigenlijk was het een hernieuwde kennismaking. De bus is dan een fijne manier van transport, want zo kun je ook nog een biertje of wijntje drinken en dat maakt iedere afsluiting draaglijker.

Ik liep op goed geluk naar de halte en wat denk je: er stond al een bus klaar! Hij reed net weg toen ik kwam aanlopen, maar de chauffeur gebaarde dat ik nog wel mee mocht. Hij stopte en liet me instappen.

Dat is nog eens vriendelijk, dacht ik bij mezelf. “Top! Hartstikke bedankt!”, zei ik tegen de bestuurder. “De volgende keer moet je wel rennen”, reageerde hij nors. “Laat dan maar zitten”, wilde ik antwoorden om vervolgens demonstratief uit te stappen en de volgende bus te nemen. Ik ben 51, mijn rennende jaren liggen al ver achter mij. Maar de deur was alweer dicht.

Als ik een middagje ga shoppen in Eindhoven, doe ik dat meestal op de fiets. Zeker in de R-loze maanden. Omdat ik het te ver vind om naar mijn werk te trappen, is dat bovendien een gezonde inspanning. Alleen als het weer niet wil meewerken, neem ik de bus.

Blijkbaar ben ik niet de enige die dit bedacht heeft, want de bus blijkt altijd behoorlijk vol. Gelukkig weet ik meestal nog wel een zitplaats te vinden. Mensen die later instappen, hebben het wat moeilijker. Vervelend, zeker als je slecht ter been bent.

Gelukkig is er altijd wel een jongeling die zijn plek opgeeft voor een krakkemikkige medereiziger. Eventjes voel ik me dan schuldig, maar dan bedenk ik dat het wel logisch is dat iemand dat doet die dertig jaar minder op de teller heeft.

Met angst kijk ik vooruit naar het moment dat mensen voor mij gaan opstaan als ik de bus neem. Dat moet nog een graadje erger zijn dan de eerste keer dat jongelui me met ‘u’ en ‘meneer’ gingen aanspreken. Hopelijk kan ik dat schrikbeeld nog een jaartje of twintig, dertig afwenden.

Je raakt eraan gewend. Net als de garantieperiode afgelopen is, gaat je laptop kapot. Windows wilde niet meer opstarten en met de programma’s die ik nog wel kon bereiken, lukte het me niet om hem weer aan de praat te krijgen.

Natuurlijk ben ik niet voor één gat te vangen. Een speurtocht op internet leidde naar allerlei lotgenoten die oplossingen aandroegen om uit de shit te geraken. Van alles geprobeerd, maar ik had de indruk dat het er alleen maar erger van werd.

Gelukkig heeft mijn baas dan een afdeling systeembeheer en omdat ik mijn computer ook voor mijn werk gebruik, kan ik die jongens er zonder schuldgevoel ook eens naar laten kijken. De conclusie was duidelijk en onverbiddelijk: de harde schijf was kapot.

Voor de zekerheid nog maar even opgezocht bij welke webshop ik dat apparaat ook alweer gekocht had. Mijn mond viel open toen ik zag dat de garantie nog helemaal niet voorbij was. Door ervaringen uit het verleden was ik daar automatisch van uitgegaan. Vandaag kreeg ik bericht dat hij gerepareerd was. Gratis. Wonderen bestaan.