Categorie: Uncategorized

  
Ben ik een slecht mens? Ik vraag het me soms wel eens af. Voordat jullie allemaal in koor roepen ‘Nee, Wereldpeer, hoe kom je erbij? Natuurlijk ben je geen slecht mens’ zal ik in een voorbeeld noemen uit het recente verleden.

Het was op een doordeweekse dag aan het begin van de avond dat er werd aangebeld. Ik liep naar de deur en er stond een jongen op de stoep met een briefje in zijn hand. Ik schatte hem een jaar of veertien.

Hij kwam voor een sponsorloop voor zijn school. De opbrengst ging naar een goed doel dat ik me niet meer kan herinneren. Waarschijnlijk iets met waterputten in de woestijn, maar het kan ook net zo goed iets anders geweest zijn. Ik schreef op zijn briefje dat ik vijf euro zou bijdragen. Half omdat ik het die knul wel gunde, half omdat ze het bedrag bij ons toch nooit komen ophalen. Kinderpostzegels of Sponsorloterij, wij zien ze nooit terug.

Maar deze scholier was hardnekkig. Een paar dagen later kwam hij voor mijn beloofde bijdrage. Het noodlot wilde dat ik alleen wat wisselgeld in huis had. Ik schudde mijn portemonnee voor hem leeg. Het zal iets van twee euro geweest zijn. Ik zei: “Hiermee zul je het moeten doen” en hij stond beteuterd te kijken toen ik de deur dichtduwde. Ben ik nu een slecht mens?


  

Maar, wat wilde Sem van de slachtofferhulp van voorheen UPC nu eigenlijk? Volgens de regels van de slachtofferhulp wilde hij vooral dat ik eens goed mijn hart kon luchten en die mogelijkheid greep ik met beide handen aan.

Ik ben niet iemand die de gast aan de andere kant van de lijn dan meteen verrot gaat schelden. Bovendien werkte ons internet sinds vrijdagmiddag weer naar behoren (afkloppen). “Zullen we eens testen?”, stelde hij voor. “Ja, testen!”, jubelde ik. Testresultaat 1: prima. Testresultaat 2: prima. Testresultaat 3: niet meer zo prima. Sterker nog: de wifi was ineens sneller dan de bedrade verbinding.

Dat is feitelijk onmogelijk en kon maar één ding betekenen: door al het inprikken en lostrekken was de draad naar de filistijnen. “Maar gelukkig hebben jullie er genoeg”, zei ik tegen Sem, “kun je er niet één opsturen, dan weet ik ook zeker dat ik een goede heb.” Dat zou hij doen.

Nu we toch in de stemming waren, vertelde ik het verhaal van anderhalf jaar geleden. De monteur van voorheen UPC zei toen dat ik een versterker moest aanschaffen om ook boven on demand te kunnen kijken. Een paar maanden later moest die er weer tussenuit omdat het signaal te sterk was. Kon hij daar geen vergoeding voor regelen? Ja, dat moest volgens hem kunnen. Het zijn babystapjes, maar we zijn op de goede weg. (Wordt vervolgd)

  

Sem was van de slachtofferhulp van voorheen UPC. Ons ‘geval’ was donderdag ingeschoten en daarom wilde hij even checken hoe het ermee stond.

Eerlijk als ik ben, begon ik met de vraag of er iemand vrijdag bij voorheen UPC een schakelaar had omgezet. Sinds die middag werkte ons internet namelijk weer naar behoren. Mijn hoop was dat er een aantoonbare oorzaak was gevonden en dat die vervolgens was opgelost, waarmee alle ellende voorgoed tot het verleden behoorde.

“Nee,” antwoordde Sem eveneens oprecht, “voor zover ik kan zien is er vrijdag niets gebeurd. Maar fijn om te horen dat uw internet ondertussen weer wat beter werkt.” “Maar dat biedt geen garanties voor de toekomst”, voegde ik er meteen aan toe. Na ieder monteursbezoek werkte ons internet immers feilloos. Voor korte of nog kortere tijd.

Sem vertelde dat ze ons internetsignaal de afgelopen week hadden gemonitord en dat het al die tijd uitstekend was geweest.”Nou, aan deze kant was het anders rampzalig,” antwoordde ik, “tot vrijdagmiddag.” Ik hoop nu dat het een gevalletje van Goddelijke interventie is geweest. Dat de Grote Internetprovider daarboven het niet langer kon aanzien. (Wordt vervolgd)

  

“Tring, triiing!” “Anton, je telefoon gaat.” Mijn man staat op om zijn mobieltje te zoeken, maar even later beseft hij: “Dat is mijn telefoon helemaal niet. Dat is onze vaste telefoon.” Een schok gaat door onze woonkamer. Wie kan dat nu zijn?

Onze vaste lijn is als de Rode Telefoon van het Witte Huis en het Kremlin. Niemand weet het nummer. Wijzelf niet eens. Als iemand daarop belt, moet er wel iets heel ernstigs aan de hand zijn. Helaas was Anton in alle consternatie te laat om hem op te nemen en de beller had niets ingesproken op onze voicemail.

Een mysterie van het ergste soort dus. Ware het niet dat ik stiekem wel een grijs vermoeden had. Als er iemand belt op onze telefoon waarvan niemand het nummer weet, kan er dat maar één zijn: onze vrienden van voorheen UPC. We hebben immers de nog steeds slepende kwestie van onze rammelende internetverbinding.

“Even wachten,” zeg ik tegen mijn man, “ze zullen zo wel op mijn mobieltje bellen.” Dat is namelijk het andere nummer dat ze van ons hebben. En jawel hoor: “Met Sem van voorheen UPC.” Anton is niet de enige die hier paranormaal begaafd is. (Wordt vervolgd)

  

Wij krijgen steeds meer een dozenachtertuin. Niet alleen omdat we daar het oud papier bewaren totdat het wordt opgehaald. Ook omdat steeds meer planten achter ons huis afkomstig zijn uit de dozensupermarkt.

Het tuincentrum mijden we tegenwoordig als de pest. Leuk hoor, al die planten en accessoires, maar ze vragen er wel de hoofdprijs voor. Dan is de duizendschoon bij de Lidl toch een stuk vriendelijker geprijsd. En de bloempotten geven ze bij de Action zo’n beetje cadeau.

Eindelijk hebben we onze achtertuin weer op orde. Hoewel: de parasol heeft wel zijn beste tijd gehad. Iedere keer als het een beetje durft te waaien, gaat hij om en dat heeft zijn sporen achtergelaten. Het wordt hoog tijd voor een nieuwe.

Dat geldt ook voor de kussens van onze loungeset. Die zijn verkleurd en eerlijk gezegd ook wel een beetje vies. Maar voor de prijs van zestien nieuwe kussens koop je tegenwoordig bijna een complete tuinzithoek met alles erop en eraan. Ik geloof niet dat de dozensupermarkt ons bij dit probleem kan helpen. Daarvoor kunnen we beter wachten totdat het tuinseizoen achter de rug is.

  

Iedere dag krijg ik een aantal voorstellen voor tijdelijk afgeprijsde apps voor op mijn mobieltje of tablet. Ik ga daar bijna nooit op in, want in de meeste gevallen betwijfel ik ernstig dat ik ze ook echt zal gaan gebruiken.

Maar zo af en toe komt er iets voorbij dat helemaal in mijn straatje past. Iets waarvan ik me afvraag waarom ik niet wist dat het bestond. Een voorbeeld is de gratis snurkmeter die ik sinds kort op mijn iPad heb staan.

Iedereen kan namelijk wel zeggen dat ik snurk, maar ik kan dat zelf niet bevestigen omdat ik het nog nooit gehoord heb. Maar toen was er ineens de snurkapp die vanaf mijn nachtkastje genadeloos registreert hoe hard ik ‘s nachts tekeerga.

De eerste nacht vond ik meevallen. Het begon met een uurtje ‘mild snurken’ en daarna nog twee een keer een periode dat ik weliswaar geluid produceerde, maar dat mocht geen naam hebben. Daarmee scoorde ik een 9. De volgende nacht was erger. Een uur luid snurken, maar vrijwel de hele nacht werd er hout gezaagd. 23 op de Schaal van Richter, het valt me mee dat ons huis er nog staat.

  

Ons Billy mag dan de omvang hebben van een kleine shetlandpony, hij gedraagt zich alsof hij nog steeds een puppy is. Met zijn tomeloze enthousiasme gaat hij niets of niemand uit de weg.

Onze bordeauxdog telt inmiddels negentien en een halve maand, maar daarmee zit hij nog steeds in zijn kindertijd. Hij laat in alles merken dat hij zijn eigen omvang en zijn eigen kracht niet kent. Materiële schade heeft hij nog niet aangericht, maar zijn baasjes gaan inmiddels getekend door het leven. Hij heeft namelijk ook geen benul hoe scherp zijn nagels zijn.

Tijden zijn uitlaatrondjes moeten we geregeld laten zien wie de regels bepaalt. Als we hem zijn gang lieten gaan, zouden we geregeld door de struiken gesleurd worden. Dan moeten we ons volledige gewicht in de strijd werpen om te voorkomen dat hij ons op sleeptouw neemt.

Ook thuis heeft hij zijn momentjes. Meestal ligt hij rustig op zijn plekje, maar af en toe springt hij in het rond alsof hij een pasgeboren hinde is. Maar dan wel één van vijftig kilo. Dan moeten we hem even streng toespreken om hem eraan te herinneren dat hij zich niet in een weiland maar in een petieterige tussenwoning bevindt. En die littekens nemen we maar op de koop toe.

  

Wij verkeren niet in de luxe positie dat we onze auto in een garage kunnen stallen. Nee, we moeten die hier gewoon langs de weg kwijt. Helaas is er op bijna iedere parkeerplek wel iets aan te merken.

Zo willen we het liefst dat ons wagentje vanuit onze woonkamer in het zicht staat. Dit voor de schijnzekerheid dat we in de gaten kunnen houden of er iets mee gebeurt. Onder de berk is geen goede plek, want dan zit hij ‘s morgens onder een kleverig goedje. Onder de Amerikaanse esdoorn wordt hij volgepoept door de duiven.

Aan het pleintje is geen optie omdat daar kinderen voetballen. Voordat je het weet heb je een deuk en dat geldt ook voor de voortuintjes van onze buren: onze buurt lijkt soms wel een Cruyff Court. En dan heb je nog het voetpaadje naar de buurtsuper. Foeragerende ROC-scholieren hebben niet altijd respect voor andermans eigendom. En bij die wegversmalling is ook een beetje link met al dat gehaaste sluipverkeer.

Het was dus helemaal niet zo vreemd dat ik gisteren speciaal naar buiten liep om de auto vijf meter vooruit te rijden. Volgens de kansberekening was dat gewoon een betere plek. En opgestaan is plaats vergaan.

  

In april overleed Appie, onze trouwe Franse buldog. Mede door de komst van Billy hebben we zijn dood inmiddels een plekje kunnen geven. Het dierencrematorium denkt echter dat we nu de smaak te pakken hebben en nodigt ons uit voor de DierenuitvaartXperience.

Serieus: de DierenuitvaartXperience, waar je kunt beleven hoe het is om je huisdier naar zijn laatste rustplaats te brengen. We kunnen een kijkje nemen in een dierenuitvaartcentrum en inspiratie opdoen bij de standhouders, die alles kunnen vertellen over dierenuitvaarten en rouwverwerking.

Ook kunnen we meer te weten komen over een uitvaartspaarregeling, waarmee we financieel voorbereid zijn op het afscheid van Billy en waarmee alles tot in de puntjes is geregeld. We kunnen nu al onze wensen laten vastleggen.

En dan is er nog de mogelijkheid om een 3D-beeld te laten maken van ons huisdier. Of van onszelf. In kleur. Leuk om te verzamelen! Voor de echte dierenuitvaartfans is er nog de mogelijkheid om het uitvaartcentrum van SHCN te liken op Facebook. Iedere vijftigste volger krijgt een persoonlijk cadeautje. Een glazen sleutelhanger. Daar kan de DELA nog wat van leren.

  

Afscheid nemen is een beetje doodgaan, zeggen de Fransen. In dit geval zal dat nogal meevallen. We hadden gisteren een afscheidsborrel omdat een collega in Spanje gaat bootjevaren. 

Nu hebben de meeste mensen wel zin om in het buitenland een beetje op het water rond te dobberen, maar zij heeft er werk van gemaakt. Daarom was er aan het eind van de middag gelegenheid om een handje te schudden, te zoenen en openstaande schulden af te handelen.

Nu is het natuurlijk netjes om tijdens zo’n staande receptie in feestelijke kleding te verschijnen, maar ik had geen gelegenheid gehad om me om te kleden. Dus droeg ik het kloffie dat ik de hele dag al aan had: een legerbroek in camouflagekleuren en een zwart, mouwloos T-shirt. Best wel stoer, al zeg ik het zelf.

“Wat is dat voor een bouwvakker?”, vroeg iemand toen ik binnenkwam. “Bouwvakker?”, reageerde ik, “ik ben de stripper!” Ik moest er zelf wel om lachen. Het was nog lang gezellig.