Categorie: Uncategorized

  
Ik ben niet de meest begaafde huis-, tuin- en keukenklusser. Als er iets meer aan te pas komt dan een hamer en spijker moet ik al gauw hulptroepen inschakelen. Beter iemand gevraagd dan zelf de boel verergerd.

Maar soms probeer ik problemen in huis zelf op te lossen. Bijvoorbeeld met de ontluchtingspijp van onze afzuigkap op het platdak van onze keuken. Daarvan was een gedeelte weggewaaid, waardoor het binnenregende. Of het onderdeel van de afvoer van onze badkuip dat was afgebroken. Geen ramp, maar het ziet er zo slordig uit.

Voordat je kunt gaan zoeken op internet, moet je eerst weten hoe zo’n onderdeel heet. Misschien had ik toch wat vaker Eigen Huis en Tuin moeten kijken. Wat betreft de ontluchtingspijp kon ik niets slimmers bedenken dan de term ‘kapje’. Een zoekopdracht en ik vond voorwaar datgene wat ik bedoelde.

Maar dan de afvoer. Ik vond ‘afdekplaatje’ wel een mooie term, maar ik had geen idee of dat ook echt zo genoemd wordt. Ik vroeg het aan de medewerker van de onderdelenwinkel. Hij vond het wel een mooie naam en kon zo snel ook geen betere bedenken. Het kapje paste en het afdekplaatje is in bestelling. Alles komt goed.

  
Bij mij op het werk wordt behoorlijk wat koffie geleuterd. We hebben dan ook een automaat die onbeperkt het zwarte goud schenkt. Daarbij wordt je geduld wel danig op de proef gesteld, waardoor de functie ‘snelkeuze’ enigszins op de lachspieren werkt.

Onze favoriete softdrug is in allerlei varianten beschikbaar. Een doolhof van keuzemogelijkheden leidt je naar je eigen voorkeur: koffie zwart, met melk en/of suiker, capuccino, expresso, koffie verkeerd en zelfs chocoladekoffie. Voor de theeliefhebbers schenkt hij ook heet water. Voor de liefhebbers van heet water overigens ook.

Voor de koffiekenners onder ons zijn er de snelkeuzes, waardoor het proces overigens niet minder traag wordt. Zij weten dat er voor zwarte koffie zes varianten bestaan. Het populairst is onmiskenbaar de 0-0-0-4. Omdat je net niet de sterkste wilt kiezen, want dan spat na vijf kopjes je hoofd uit elkaar, schakelen de meesten één versnelling terug.

Zelf kies ik tegenwoordig voor de 0-0-0-0. Omdat koffie eigenlijk slecht voor je is. Van de hele dag water drinken word je een beetje flauw, dus neem ik af en toe de slapst mogelijke koffie. Zelf noem ik die variant een kopje slootwater, maar een collega had het vanmorgen over kinderkoffie. Ook wel een mooie naam voor die slappe drab.


  
Wat hij in zijn kop heeft, heeft hij niet in zijn kont. Kent u die uitdrukking? Als hij eenmaal iets van plan is, is hij daar met geen mogelijkheid vanaf te brengen. Dat geldt ook voor de gemeente Eindhoven.

Onze gemeente heeft bedacht dat er overal in de stad vrije busbanen moeten komen. En hoeveel kritiek er ook op is, die plannen moeten en zullen doorgaan. Het doel om meer mensen in het openbaar vervoer te krijgen is prima. De vraag is of dat lukt en of er niet juist nieuwe problemen worden veroorzaakt.

Hier bij het winkelcentrum liggen ze al. Auto’s die naar de belangrijkste weg willen om de stad uit te komen, moeten nu over één rijbaan om plaats te maken voor de busbanen. Met als gevolg dat tijdens de spits het verkeer helemaal vastloopt terwijl de busbanen er maagdelijk bij liggen.

Gelukkig kom ik daar nooit, maar nu is mijn woonwerkroute aan de beurt. Een volslagen idiote investering, want doordat het verkeer er nooit vast staat, kunnen bussen er altijd doorrijden. Ook hier hetzelfde verhaal: van twee naar één rijbaan om plaats te maken voor lege busbanen. Ze willen de mensen met een verkeersinfarct de bus in dwingen. Ze kunnen net zo goed alle autobanden in de stad lekprikken.

Kanjer

  
Ja, nu hoor je ze wel. “Wat, had jij gisteren een bloemetjesbroek aan?” “En eergisteren.” “Laat eens zien!” “Nu is het te laat. Nu ligt hij bij de was.” Letterlijk niemand had opgemerkt dat ik een bloemetjesbroek aan had. Daar heb je dan collega’s voor.

Legergroen met gele en donkerblauwe bloemen. Zie de bijgevoegde afbeelding. Ik begrijp het wel, want je ziet de print een stuk beter bij daglicht dan binnen. Als ik buiten loop, doen de bloemen bijna pijn aan je ogen.

“Heb je wel een foto?”, vroeg iemand. “Nog niet,” zei ik, “maar ik zal er vanavond één op mijn blog plaatsen.” Dat is het handige als je je eigen stukje van het wereldwijde web beheert. En modeblogs zijn zo populair dat Esprit mij voortaan misschien gratis kleren stuurt. Of ik er dan een gelukzalig stukje over wil schrijven.

“Ik ben niet te koop,” antwoord ik dan, “maar toevallig vind ik de broeken  van Esprit helemaal geweldig. Voor kleding van Esprit kun je me ‘s nachts wakker maken. Een topmerk, dat Esprit, helemaal mijn merk.” Zo, ik ga nu bij de voordeur wachten totdat de man van de DHL aanbelt. (Dit stukje werd mede mogelijk gemaakt door Esprit, kanjer in bloemetjesbroeken.)

Bloemetjesjurk

  
Soms loop je door een winkel en dan zie je het kledingstuk dat je moet en zal hebben. Dan kijk je op het prijskaartje en dan denk je: toch maar niet! Sommige mensen hebben dat met een bloemetjesjurk (vooral vrouwen), maar ik had dat met een bloemetjesbroek.

Gelukkig bestaat er dan nog zoiets als de uitverkoop. De helft goedkoper en ook nog eens in mijn maat. Hoeveel geluk kun je hebben? Blij als een kind ging ik naar huis met mijn nieuwe legergroene broek met gele en donkerblauwe bloemetjes. Helemaal ik.

Anton vond hem ook mooi, maar de echte vuurproef is natuurlijk de confrontatie met mijn collega’s. Zou hij in de smaak vallen of zouden ze me voor gek verklaren? “Wat heb je nu in Godsnaam weer aan?”

En wat denk je? Niemand zei er iets van. Niet één reactie. Dat kan natuurlijk verschillende oorzaken hebben. Het is hen niet opgevallen. Ze dachten: daar heb je hem weer. Ze vonden mijn nieuwe broek zo lelijk dat ze er niets van durfden te zeggen. Ik zal er de volgende keer toch maar eens naar vragen.

  
Eindhoven heeft sinds een aantal jaren een Feel Good Markt. Iedere derde zondag van de maand, behalve wanneer het de vierde zondag van de maand is. Op een braakliggend terrein in het voormalige industriegebied Strijp-S dat nu wordt omgebouwd tot hippe woonwijk.

Afhankelijk van het weer komen er honderden of duizenden mensen af op de kraampjes met verantwoorde of spirituele spulletjes en vegetarische of biologische versnaperingen. Het fijne van de Feel Good Markt is dat je geen schuldgevoel overhoudt aan je aankopen. Kip, koe of varken hebben niet geleden en voor iedere boom die gekapt moest worden om een krukje te maken, zijn er minstens twee teruggeplant.

Opvallend is wel dat er een verschuiving plaatsvindt van hebbedingetjes naar etenswaren. Kennelijk komen steeds meer bezoekers voor een lekker hapje in plaats van een vintage jurkje of een tweedehands elpee.

Feel Good door te eten. Daar hebben ze volgens mij een naam voor: troosteten. Ik weet niet of de Feel Good Markt zo bedoeld was, maar ik voorspel voor de toekomst een sterke toename van het aantal chocoladekraampjes.

  
Gratis naar de dierentuin. Een kookboek naar keuze. En nog een hele rits geschenken met een totale waarde van 120 euro. Wie wil dat nu niet? Nou, wij wel, want wij houden van gratis.

Het enige wat je daarvoor hoefde te doen, was mee gaan spelen in de Vriendenloterij. Een klein offer, niet? Zeker met de vakantie in het vooruitzicht niet te versmaden, dus meldde mijn man zich aan.

Na enkele maanden hadden we echter nog steeds niets ontvangen. Anton is dan keihard, dus belde hij om de Vriendenloterij weer op te zeggen. “Of we toch niet wilden blijven meespelen als ze het in orde zou maken?”, vroeg de helpdeskmevrouw. Nee, zei mijn man genadeloos, want zo is hij als hem onrecht wordt aangedaan. Het welkomstcadeau zouden we desondanks toch nog krijgen en na één speelronde zou het abonnement worden stopgezet.

De ervaring leert dat je altijd prijs hebt als je een loterij dreigt op te zeggen. En jawel hoor: nog een kookboek (want die hadden ze nog liggen).  Ooit hopen we alles te mogen ontvangen, maar we wachten nog steeds. Maar wat wil je? Wie als Vriendenloterij hier binnen gaat, komt nooit te vroeg maar steeds te laat.

  
Onze Billy is een lamme goedzak. Er zit geen greintje verkeerd in, maar in zijn wilde enthousiasme heeft hij zelf niet in de gaten hoe sterk hij is. Bovendien heeft hij geen benul dat hij door zijn omvang nogal intimiderend kan overkomen.

Vanmorgen ging ik onze bordeauxdog uitlaten. Er was niets aan de hand totdat we een meisje met een Siberische huskey tegenkwamen. Zo’n sledehond is al niet klein, maar Billy is bijna drie keer zo groot.

Als hij een andere hond tegenkomt, moet en zal hij daar naartoe. Hoewel hij niets zal doen, loop ik meestal toch maar een bochtje om. Voor de zekerheid, omdat mensen nogal onder de indruk kunnen zijn van zoveel hond. Als hij dan toch aan zijn riem trekt, gooi ik mijn volle gewicht in de strijd om te laten zien dat ik de baas ben. Deze keer was de riem de verliezer. Billy wilde ravotten en de huskey gaf zich al snel gewonnen.

Zie zo’n enorme hond maar eens zonder riem naar binnen te krijgen. Gelukkig lukte het vrij snel. De volgende keer krijgt hij zijn reserveriem mee. Billy is over drie maanden officieel puppy-af. Het wordt hoog tijd dat hij stopt met groeien, anders haalt hij ons nog in.

  
Ik zal het maar eerlijk toegeven: ik ben geen fan van late diensten. Ik sta liever in alle vroegte op dan dat ik het grootste deel van de avond op mijn werk moet doorbrengen. Gelukkig zijn er genoeg mensen bij wie dit precies omgekeerd is.

Mijn ochtenddienst begint om halfzeven en dan ben ik om halfdrie klaar. Dan heb je nog een halve middag en de hele avond voor jezelf. Een avonddienst duurt kwart over twee tot kwart over tien. Dan word ik toch al vroeg wakker en heb ik het gevoel dat ik er al een werkdag op heb zitten voordat ik voor de baas moet beginnen.

Veel collega’s vinden vroeg opstaan juist een straf en willen maar al te graag ruilen. Deze week zijn drie van de vijf dagen al voor elkaar en misschien lukt een vierde ook nog wel. Zij blij, ik blij, iedereen blij. Verbeter de wereld, begin bij je werktijden.

Tegelijk besef ik dat het maar een luxeprobleem is. In deze tijd moet je allang blij zijn dat je werk hebt. Een vaste baan is voor steeds minder mensen weggelegd. Ochtend of avond is dan eigenlijk maar bijzaak. Beter laat dan nooit.

  
Ik heb bepaald geen fotografisch geheugen, daarom maak ik foto’s. Vroeger moest je ze laten afdrukken, tegenwoordig zet je ze op je computer. Ooit hield ik fotoalbums bij, later liet ik albums afdrukken, tegenwoordig staan ze in de cloud.

Op mijn tablet swipe ik geregeld door mijn foto’s van de afgelopen tien jaar. De tien jaar daarvoor zijn een beetje een zwart gat. Die foto’s zitten in twee ordners die ik al jaren niet meer van de plank had gehaald, maar tijdens een herinrichting van onze boekenkasten kwam ik ze weer tegen.

Het is grappig om te zien hoe je tien jaar geleden tevreden moest zijn met de foto’s zoals je ze terugkreeg nadat je je rolletje had laten ontwikkelen. Lelijke kleuren, ongelukkige uitsnedes, soms onscherp. Tegenwoordig knip je maar raak en kies je de beste uit, die je vervolgens ook nog een stuk mooier kunt maken.

Bladerend door die ordners kwam ik allerlei gebeurtenissen tegen die ik bijna of helemaal was vergeten. Vakanties, festivals, feestjes, die soms uit mijn geheugen leken gewist. En wat was ik toch jong, vroeger! Beter slechte foto’s dan geen foto’s.