Categorie: Uncategorized

IMG_2056.JPG
Gisteren moest ik onverwacht aanschuiven bij een sollicitatiegesprek. Mijn chef is ziek en daarom mocht ik de honneurs waarnemen. Maar dan moet je natuurlijk wel gepast gekleed gaan.

Deze keer dus geen sandalen, T-shirt of korte broek, maar sportschoenen, spijkerbroek en overhemd. Nou vooruit: een blouse dan. Toen Anton me zag, was hij helemaal onder de indruk. “Dat moet je vaker doen, zo’n bloesje, dat staat je goed.”

Ik aanvaardde zijn compliment, maar zei daar wel bij dat ik daar toch geen gewoonte van wilde maken. Al die blouses moet je steeds weer strijken en daar ben ik helemaal geen fan van. Dan liever een T-shirt dat je alleen maar hoeft op te vouwen. Scheelt een boel werk.

Vandaag hoefde ik niet aan te schuiven bij een sollicitatiegesprek, maar toch had ik weer een blouse aangetrokken. Opdat mijn man trots op mij is.

IMG_2052.JPG
Ik kan me nog herinneren dat wij thuis de eerste televisie met afstandsbediening kregen. Ik vond dat een belachelijke uitvinding die alleen maar bedoeld was voor luie mensen. Wat is er nou mis mee om even op en neer te lopen als je naar een andere zender wilt kijken?

Tegenwoordig ben ik een stuk minder principieel. Ik kan natuurlijk best zelf onze auto wassen. Al heb je hier onder die vieze plakbomen niet lang eer van je werk.

Daarom ben ik vandaag speciaal naar dat benzinestation gereden waar ze ook een wasstraat hebben. Bij een tankbeurt van meer dan 25 liter mag je auto voor een euro extra ook een keer onder de douche.

“Wilt u de wasbeurt van een euro of van 1,55?”, vroeg het meisje. “Wat is het verschil?” “Die van 1,55 is met zeep.” “Doe dan die dure maar, nat wordt hij thuis ook.”

IMG_2046.JPG
Maar waar haal je zo snel een meetlint vandaan? Uiteindelijk werden het een stuk touw en een duimstok.

Buik niet inhouden natuurlijk, want het moet wel een objectieve waarneming worden. Oké, touwtje langs de meetlat en het kan ook bijna niet anders: precies één meter en twee centimeter. Precies de buikomvang op de grens van leven en dood. Dat je met ieder bonbonnetje je leven op het spel zet. Dat heb ik weer.

Maar ik heb mijn gedrag al aangepast. In plaats van de lift neem ik de trap. In plaats van de auto neem ik de fiets (alleen vandaag niet, want het regent). De schaal met snoepjes heb ik vandaag nog niet aangeraakt. En ik denk dat ik vanavond een keer extra ga poepen. Puur om te overleven.

102 centimeter

IMG_2042.JPG
Mijn werkgever heeft het goed met me voor. Het bedrijf wil niet alleen dat ik mij voortdurend blijf ontwikkelen in mijn vak, maar is ook bezorgd om mijn gezondheid.

Dat gaat zelfs zover dat ik me medisch kan laten onderzoeken. Dan gaat het onder meer om een bloedonderzoek en ook wordt bekeken of ik niet te zwaar ben. Overgewicht is namelijk een gezondheidsrisico. Ze kijken dan onder meer naar je BMI. Dat getal moet tussen de 20 en de 25 liggen. Meestal zit ik rond de 25.

Maar ze kijken ook naar je buikomvang, want als al je overtollige kilo’s zich in je buikstreek nestelen, levert dat extra gevaar op.

Dat slaat uitdrukkelijk op mij. Ik word nergens dik, alleen mijn buik dijt uit. De magische grens ligt voor mannen op 102 centimeter buikomvang. Daarboven ben je je leven niet meer zeker. Nu dus angstig op zoek naar een meetlint om uit te vinden of het doodvonnis ook voor mij geldt.

IMG_2035.JPG
Op zijn oude dag gedraagt Appie zich als een heuse prinses op de erwt. Of zeg maar gerust: koningin-moeder. Onze Franse bulldog weet steeds beter wat hij wil. En wat hij niet wil.

Steeds als Anton of ik naar de keuken loop, trippelt Appie erachteraan. Omdat hij meent dat er dan iets te halen valt. Hij verkiest hondenkoekjes in alle gevallen boven zijn brokjes. Voordat hij daaraan begint moet hij helemaal uitgehongerd zijn.

Naast de koekjes hebben we ook nog stokjes, maar die vindt meneer eigenlijk niet lekker genoeg. Als hij die met een koninklijke air van de hand wijst, leg ik die altijd in zijn voederbakje. Bovenop zijn brokjes.

Uiteindelijk zijn ze toch steeds verdwenen, dus zo afschuwelijk zullen ze niet zijn. Of het moet zijn dat hij ze ergens wegstopt, zodat wij op een dag een hele berg stokjes tegenkomen. “Hier, eten jullie ze zelf maar op!” Ondertekend met een pootafdruk.

We komen er wel

IMG_2095.JPG
79 werd ze alweer. Mijn schoonmoeder, Antons moeder. Omdat verjaardagsfeestjes altijd het leukst zijn met een alcoholische versnapering, besloten we deze keer met de bus te gaan.

Op de heenweg was het nog behoorlijk druk, maar we hadden gelukkig een zitplaats. We concludeerden dat we zelf inmiddels ook een dusdanige leeftijd hebben bereikt dat we daar recht op hebben. Dat de jeugd maar voor ons opstaat.

Je hoort wel eens verhalen over geweld tegen buschauffeurs, maar iedereen gedroeg zich werkelijk voorbeeldig. Iedereen die instapte, groette de bestuurder en als iemand uitstapte volgde opnieuw een groet of een “Bedankt!” Keurig zoals het hoort.

En zelfs de chauffeurs waren aardig. Volgens mij zijn die op klantvriendelijkheidscursus geweest. Daar had je vroeger ook horken tussen zitten. Als we op deze ingeslagen weg verder gaan, komen we er wel.

IMG_2087.JPG
Dan zit je op je werk en dan ruik je iets onaangenaams. Oei, als ik het maar niet ben, is het eerste wat ik dan denk. Gelukkig is het meestal iets anders.

Bij Omroep Brabant hebben we de luxe dat we altijd de schuld kunnen geven aan de Rendac. Dat is een destructiebedrijf dat dode dieren verwerkt tot onder meer veevoederkorrels. En dat stinkt met enige regelmaat behoorlijk: “Ik ben het niet! Het is de Rendac!”

De afgelopen dagen hebben we nog een goede smoes. Nu meurt het bij het bedrijf dat het afvalwater van ons industrieterrein zuivert. Daarbij is iets misgegaan, waardoor de lucht van rotte eieren vrijkomt.

De lucht hing eerst buiten ons gebouw, maar al snel ook binnen ons bedrijfspand. Toen de stank buiten verwaaide, bleef hij binnen hangen. Vervolgens gaven we elkaar de schuld. “Volgens mij komt het van de derde verdieping.” De provincie eist nu dat het probleem nog deze week wordt opgelost. “Ach, het is maar één neus vol”, zeiden ze vroeger bij ons thuis.

IMG_2010.JPG
Toen kwamen we dus thuis met die Postcodeloterijfiets, maar in onze schuur is geen plek voor drie fietsen. Dat betekent dat de oudste weg moet.

De laatste tijd krijg ik wantrouwende gevoelens in de richting van de plaatselijke oudijzerbranche. Steeds als we hier iets kwijt moeten wat van metaal is, ligt er binnen de kortste keren een briefje in de bus dat er oud ijzer wordt opgehaald. Zouden ze mijn blog lezen?

De fiets krijgen ze niet. Wel hadden we hier nog vijf oude eetkamerstoelen staan met een framewerk van staal. Ze waren er blij mee.

De fiets is voor iemand die denkt dat hij er wat aan heeft. Gratis af te halen. Oud, maar nog steeds functioneel. Misschien dat er wel nieuwe banden op moeten, maar dat lijkt me een nuttige investering.

IMG_2077.JPG
58 jaar geleden wist Dorus maar half hoe hij het bij het rechte eind had. De komiek uit de vorige eeuw had waarlijk voorspellende gaven met zijn lied over twee motten in een ouwe jas.

Toen Anton met de spuitbus was rondgegaan, hadden we de mottenplaag aardig onder controle. Althans, zo leek het, want een week later fladderden de kleine nachtvlinders weer vrolijk in het rond. Een leuk schouwspel, maar niet echt handig.

Dus moest het probleem bij de oorsprong aangepakt worden. Motten houden van wol, stelde Anton. Maar wij hebben toch helemaal geen wol? Hoewel, de lamaharen jas die ik van mijn vader geërfd heb, is natuurlijk ook wol. En ik herinnerde me ineens een kaal plekje waar ik verder helemaal niet bij nagedacht had. Dat waren natuurlijk motten.

Erfstuk linea recta in de kliko. Voor de zekerheid speurde ik nog wat verder. Op een fleecedeken, zo synthetisch als de pers, zaten ook veel beestjes. Weg ermee. Een andere deken voor de zekerheid ook maar. Ons huis is immers geen vlindertuin.

Terugtrappen

IMG_1994.JPG
Ik win niet zo vaak iets. Gelukkig ken ik wel mensen die iets winnen en daar dan een ander blij mee willen maken. Langs die omweg konden we vandaag een Postcodeloterijfiets gaan ophalen.

Die kwam goed van pas. Ik heb zelf namelijk een goede fiets voor mijn woonwerkverkeer, maar Anton had alleen een oud barrel dat ooit van zijn vader was geweest. Goed genoeg om mee van A naar B te komen zolang A en B niet te ver uit elkaar liggen, maar te rammelig om lekker mee te gaan toeren.

We konden de prijs ophalen in de rijwielhandel. We reden er op de snorfiets naartoe. Anton zou naar huis snorren en ik zou terugfietsen.

Toen ik een kruispunt naderde probeerde ik me te herinneren wat ze ook alweer over de remmen verteld hadden. Daar was iets mee, maar wat ook alweer? Ondertussen kwam de kruising vol gas dichterbij. O ja, het waren terugtrapremmen. Totaal niet gewend. Toch wel goed om even om te schakelen voordat je met je gewonnen fiets wordt aangereden. Van geluk onder een auto.