Categorie: Uncategorized

  

Een vloek en een zucht en toen was het alweer voorbij. We waren er net weer aan gewend dat we met de grote jongens mee mochten zingen, maar Trijntje doet de tijden van Sieneke, de 3JS en De Floppers herleven. Europa pruimde haar Waiaiaiai niet.

Het was weer één lange parade van rariteiten: van leernichten in politieuniform tot downies in een punkband. Gelukkig vonden die het na anderhalve minuut zelf ook genoeg geweest. Trijntje sprong er gewoon niet genoeg uit in haar vleermuizenpak.

Toch blijft het Songfestival altijd leuk, vooral als je je Twitteraccount erbij houdt. Achteraf kun je nog eens teruglezen wat er tijdens de show zoal geschreven is. 

Van iemand die later aanhaakte: “Zijn er al Teletubbies geweest?” Toen de telefoonlijnen open gingen: “Niet op Servië stemmen, die moet afvallen.” Iemand die het niet helemaal begreep: “Hoe moet ik stemmen? Knappe jongens uit België en Denemarken hebben me nodig!” En als hart onder de riem: “Trijntje, deze krant is voor jou #IedereeniseenbeetjeTrijntje”

  

Als je als blogger geen flauw idee meer hebt waarover je moet schrijven, is er gelukkig altijd nog het Eurovisie Songfestival. Vanavond is voor onze Trijntje het moment van de waarheid: zal ze erin slagen om de finale op zaterdagavond te bereiken?

In de aanloop naar haar optreden gaat het zoals gebruikelijk vooral over haar jurk. Ze overwoog nog even halfnaakt op het podium te gaan staan, maar koos uiteindelijk toch voor een drollenvanger. Ik hoor zelfs dat ze er nog over heeft nagedacht om haar baard te laten staan. Het zal me benieuwen.

En dan het liedje: ook daar heeft iedereen een mening over. Zoals dat bij Nederlanders hoort, kraken we het helemaal tot op het bot af. Ik moet toegeven dat de wereld er niet ingrijpend door is veranderd, maar Trijntje heeft in het verleden veel slechtere nummers gezongen. Dus ga ik als één man achter haar staan. Chauvinisme hoort immers net zo bij het Songfestival als bij het WK voetbal.

De bookmakers schijnen ons land overigens geen schijn van kans te geven, maar wie wedt er nou op het Songfestival? Dan denk je toch eerder aan paardenrennen of bokswedstrijden. Zullen we belchinezen inhuren om Trijntje door de halve finale te loodsen? Zelf zet ik mijn geld vanavond op Macedonië en Servië.

 

Iedere derde zondag van de maand heeft Eindhoven zijn Feel Good Markt. Een markt met biologisch verantwoorde lekkernijen en allerlei producten waarvoor geen boom tegen zijn zin is omgezaagd en geen schaap ongevraagd zijn wol heeft moeten afstaan.

Denk aan hippe kleding, designmeubels, tassen, moderne schilderijen. Je kunt het zo gek niet verzinnen of iemand heeft het op ambachtelije wijze in elkaar gefröbeld. De markt trekt een bonte stoet aan van studenten, veganisten, intellectuelen, expats, levensgenieters, kunstenaars en allerlei andere mensen die bewust in het leven staan. Wij zijn er ook regelmatig te vinden, zeker als zoals gisteren de zon schijnt.

Iedere derde zondag van mei wordt in onze wijk een braderie gehouden. Volop kraampjes met vette hap uit de bio-industrie, cosmetica die op dieren is getest en bontkraagjes waarvoor nog echt een beest heeft moeten lijden. Denk verder aan huilende zigeunerjongetjes, huispakken die wel iets weghebben van die van Roy Donders en een volkszanger die met Viva España het zomergevoel probeert op te roepen. Je zou het bijna de Feel Bad Markt noemen. Hier vooral veel leggings en hoofddoeken. En wij.

Op een mooie voorjaarsdag bestaat Eindhoven uit twee werelden. Ik denk dat ik die foute wereld van ons net zo leuk vind als die andere zo correcte wereld.

  

Vroeger was een barbecue zo vanzelfsprekend. Als voormalig vegetariër komt bij zo’n vleesextravaganza toch een klein schuldgevoel om de hoek kijken. Bovendien moet ik me ook een beetje inhouden omdat ik nu aan het lijnen ben.

Lastig is dat, want als je tijdens een barbecue niks mag eten is er weinig aan. Dus had ik voor mezelf een plan van aanpak bedacht. Ik zou geen brood of aardappelsalade nemen. Ik zou alleen maar rode saus nemen en geen witte saus. “Maar wat doe je dan met oranje saus?”, vroeg iemand. Oranje saus is witte saus.

Wat blijft er dan nog te genieten over? Stukjes komkommer, cherrytomaatjes en sla, veel sla. Ik ben een grote slaliefhebber, dus dat komt goed uit.

En verder vooral vlees. Vlees maakt niet dik, dus ik at lapjes en spiesjes en worstjes met af en toe wat rode saus. Als ex-vegetariër bied ik bij deze mijn excuses aan aan de kippen, runderen en varkens. Ik hoop dat ze een goed leven hebben gehad, maar ze waren in ieder geval erg lekker. En ik was ‘s morgens maar een ons aangekomen.

  

Lente in de bol en een paar vrije dagen, dus hoog tijd voor voorjaarsschoonmaak. Onze badkamer kon wel een grote beurt gebruiken. Gewapend met emmer, dweil en schoonmaakmiddelen ging ik eropaf.

Alle flesjes en potjes gingen weer keurig in de la. Daardoor ontstond er ruimte om de wastafel eens grondig af te schrobben. Maar ook de muren en de vloer moesten eens goed afgesopt worden. Eigenlijk valt het best wel mee, want in een uur kom je al een heel eind.

Aan het sop zie je pas goed hoe vies de tegels stiekem alweer geworden waren. Maar waar blijf je met dat vuile water. Je kunt het moeilijk in de badkuip of de wastafel weggieten, want die zijn net zo mooi schoon. Dan maar door de wc spoelen.

Dan moet je natuurlijk niet per ongeluk dat schuursponsje mee weggieten. Nog geprobeerd het te pakken te krijgen, maar het was al te laat. Hopelijk horen we er niet meer van in de vorm van een verstopping. Benieuwd hoeveel schuursponsjes ze bij de waterzuivering tegenkomen. Maar dan komen ze in ieder geval niet in de oceaan terecht, zoals dat op onverklaarbare wijze met zoveel plastic tasjes schijnt te gebeuren.

  

Vandaag had ik aanleiding voor een feestje. Een zilveren feestje zonder taart of gebakjes of zelfs maar een koekje. Vanmorgen heb ik namelijk een BMI van 25 bereikt. Reden voor een rondedansje bij de weegschaal.

Ik let al god weet hoe lang op mijn gewicht, maar het wilde maar niet echt vlotten. Bovendien zorgde de bedrijfsarts voor een extra handicap door vast te stellen dat ik niet 1,80 maar slechts 1,76 meter lang ben. Des te meer je krimpt, hoe hoger je BMI wordt.

De laatste maand ging het afvallen plotseling een tandje sneller. Nadat ik mezelf ‘s avonds geen versnapering meer gunde. Na het avondeten geen toastjes of crackers meer met daarop iets lekkers scheelt kennelijk een heleboel.

Vanmorgen gaf de weegschaal 77,5 kilo aan. Mijn appje rekende uit dat daar een BMI van 25 bij hoort en dat is precies op de grens van verantwoord. Helaas schrijft die app mijn score nog wel in rode cijfers, maar als ik niet blijf krimpen moeten die ooit nog wel eens groen worden.

 

 

De uitdrukking ‘Verandering van spijs doet eten’ gaat niet zonder meer op voor honden. Zijn nieuwe voer met zalm mocht dan weliswaar speciaal voor bordeaux dogs zijn ontwikkeld, maar Billy vond dat hij zelf wel mocht bepalen of hij het ook echt ging eten.

De brokjesverkoopster was zo vriendelijk geweest een monster op te sturen. Billy werkte het naar binnen alsof hij nooit iets anders had gegeten. Dat gaf ons zoveel vertrouwen dat we wel een behoorlijke voorraad durfden in te slaan: elf zakken van vijftien kilo (tien plus één gratis, we blijven Hollanders).

Eerst moesten we natuurlijk zijn oude zak voer nog opmaken en daarna was het nieuwe voer aan de beurt. In het begin was hij nog enthousiast, maar daarna ging hij er steeds minder van eten. Hij leek wel stiekem overgestapt op een dieet van hondenkoekjes.

De brokjesverkoopster had al gewaarschuwd dat het in het begin even wennen kon zijn. Dit voer is namelijk veel droger dan het vorige. Daarom hebben we maar even het deksel op de koektrommel gedaan. Hij zal toch moeten wennen aan zijn nieuwe eten. Anders moeten we die pallet zalmbrokken zelf opeten.

Ik gaf de helpdeskmedewerkster van voorheen UPC mijn postcode en huisnummer. “Dan spreek ik met de heer Wereldpeer uit Eindhoven, klopt dat?” Ik bevestigde haar vermoeden. “Dan zoek ik even uw gegevens erbij. Heeft u een momentje?” Ja, hoor.

Ik werd onder een knop weggestopt waar ik met liftmuziek de tijd kon doden. Het leek even of mijn gegevens onderin een oude doos op zolder zaten, maar uiteindelijk meldde ze zich weer. “Sorry, het duurde even, maar de computer is een beetje traag.” Ja, hier ook, dacht ik bij mezelf, dat is het hele probleem.

De onderhandelingen over servicemonteur 3 konden beginnen. “Als het volgende week kan, zouden maandag, dinsdag of donderdag mij het best uitkomen”, zei ik optimistisch. “Volgende week gaat niet lukken”, antwoordde ze, “kunt u de week daarna?”

De week daarna heb ik dagdienst, dus vroeg ik of de monteur ‘s avonds kon komen. “Monteurs voor buiten komen alleen overdag”, reageerde ze resoluut. Dus wordt het nog een week later: dinsdag 26 mei tussen acht uur ‘s ochtends en één uur ‘s middags. Dan zijn we dus inmiddels weer tweeënhalve week verder. In de tussentijd vermaak ik jullie hier met stukjes over Billy en de lente. Dat is eigenlijk ook veel leuker. (Wordt vervolgd)

  

Servicemonteur 2 had beloofd dat ik deze week gebeld zou worden om een afspraak te maken voor servicemonteur 3, maar eigenlijk wisten u en ik al dat dat niet zou gebeuren. Daarom zelf maar even gebeld met voorheen UPC. Gelukkig hebben ze een gratis nummer.

“Voorheen UPC probeert het u zo gemakkelijk mogelijk te maken”, zei de ingeblikte mevrouw aan de andere kant van de lijn, “spreek daarom de cijfers in van uw postcode op de volgend wijze: twaalf vierendertig, Anton Bernard.” Ik zei: “Twaalf vierendertig, Anton Bernard (maar dan natuurlijk onze eigen postcode).” Ze antwoordde: “Dankuwel, spreek nu uw huisnummer in zonder eventuele toevoegingen.” Ik zei: “Zesenvijftig.”

De blikken dame had het niet verstaan. Ik herhaalde: “Zesenvijftig”, maar begon al een beetje mijn geduld te verliezen, dus probeerde overdreven te articuleren. Ze kon er niet om lachen en zette voor straf een stap terug: “Toets de vier cijfers van uw postcode in en sluit af met een hekje.”

Braaf gaf ik gevolg aan haar verzoek en jawel: ik was door de voorselectie gekomen en kwam nu in aanmerking om een echt mens te spreken. Makkelijker kunnen ze het niet maken. “U spreekt met onverstaanbaar van voorheen UPC, waarmee kan ik u van dienst zijn?” Ik legde uit dat ik een afspraak wilde maken met servicemonteur 3. “Oké”, zei ze, “mag ik van u uw postcode en huisnummer?” Grrr! (Wordt vervolgd)


  

De servicemonteur had zijn klus niet kunnen afmaken door een storing bij voorheen UPC. Afwachten of er iemand zou bellen om een vervolgafspraak te maken. Omdat het me te lang duurde, heb ik uiteindelijk toch maar zelf gebeld met de helpdesk van onze kabelboer.

Helaas was het niet dezelfde monteur, wat inhield dat alle bewijsmateriaal dat collega 1 al had verzameld, door collega 2 opnieuw moest worden vergaard. Gelukkig is onze internetverbinding zo instabiel dat dat moeiteloos lukte. 

Eigenlijk hoefde hij alleen te testen of het omwisselen van de mediabox door collega 1 het probleem had opgelost. Dat was overduidelijk niet het geval. De uitspraak van de dag was: “Voorheen UPC biedt geen garantie op draadloos internet.” Collega 2 was duidelijk een grapjas. “Dat is dan lekker makkelijk”, zei ik, “ze maken er anders wel reclame voor. Gelukkig hangt het kastje van de glasvezel al binnen.” 

Nu opnieuw is aangetoond dat het probleem niet bij ons binnen wordt veroorzaakt, moet collega 3 langskomen om het buiten op te lossen. “U wordt deze week gebeld om een afspraak te maken.” Eerst horen, dan geloven, dacht ik bij mezelf. (Wordt vervolgd)