Categorie: Uncategorized

 

Ziekenhuizen zijn een wereld op zich. Zodra je de schuifdeuren of draaideur (je kunt kiezen) bent gepasseerd, ben je in een andere microcosmos. Een wereld waar de ene helft van de mensen iets mankeert, wat de andere helft van de mensen probeert op te lossen.

Een wereld met eigen restaurantjes, koffieshopjes, een winkeltje en zelfs een kapsalon. Met leeszaaltjes en looproutes naar iedere afdeling. Iedereen is er vriendelijk, van de mannen en vrouwen in witte jassen tot de baliemedewerkers en de schoonmakers.

Terwijl je zit te wachten zie je een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking voorbijkomen. Bejaarde stelletjes, gezinnetjes met jonge kinderen. Verband om het hoofd, arm in het gips, rolstoel, rollator. Iedereen met een eigen verhaal.

Als je maar lang genoeg binnen de muren verblijft, krijg je vanzelf trek. Natuurlijk kun je dan kiezen voor een salade of een fruitcocktail. Maar gelukkig is er ook nog de Indonesische hamburger. Een broodje met niet alleen een burger, maar ook een gebakken ei, gevarieerde garnering en een stevige klodder satésaus. Ik kan het aanbevelen. Door de draaideur (of schuifdeuren), linksaf en meteen aan de rechterkant. Eet smakelijk.

 

Omdat mijn man wat lappenmanderig was, besloot ik vanmiddag in mijn eentje naar de stad te reizen. Ik nam de bus naar het centrum van Eindhoven, want daar is iedere zondag koopzondag. Ik dacht dat het daar na de feestdagen wel rustig zou zijn, maar het bleek toch veel drukker dan ik had verwacht.

Steeds als ik voor een middagje ga shoppen, heb ik het met een uurtje wel gezien. Eigenlijk zijn er geen leuke winkeltjes meer, want die zijn allemaal verdrongen door het internet. En je kunt geen mobieltjes blijven kopen.

Dan maar weer de bus terug. Tien minuten wachten deze keer. Veel langer duurt het nooit, want zelfs op zondag rijdt er vier keer per uur een bus naar Valkenswaard. Helaas reed de bus de halte voorbij. Misschien had ik dan toch mijn hand op moeten steken?

Een kwartier later kwam de herkansing. Ik stapte een halte te vroeg uit, zodat ik nog even langs de dozensupermarkt kon, ook iedere zondag open. Met een tas vol eerste levensbehoeften (ingrediënten voor de macaroni) en lekkere dingetjes (dropjes en mini-stroopwafels) liep ik naar huis. Maar daar hoef je niet voor naar Eindhoven.


 

Linda. Johnny. John. Albert. Momfert. Ook ik kan niet meer om ‘Wie is de Mol?’ heen, maar ik heb er nog niet zo heel veel van begrepen. In al die zeventien jaar dat het programma nu bestaat, heb ik er precies één hele aflevering van gezien.

Op het werk waren er altijd al de nodige collega’s in de ban van de mol, maar nu heeft de gekte ook Anton in zijn greep. “Waarom vind jij het eigenlijk niet leuk?”, vroeg hij. Ja, waarom eigenlijk? Het is voor mij net zoiets als schaken. Daar moet je veel te diep bij nadenken om nog leuk te zijn.

Mijn man overspoelt mij de laatste dagen met allerlei hints die in de richting van de mol van dit jaar moeten wijzen. Maar steeds komt er weer een andere bekende Nederlander uit naar voren die de dubbelrol zou spelen. Als je niet meer weet of een aanwijzing een echte aanwijzing is, wat voor zin heeft het dan nog om naar aanwijzingen te zoeken? Eigenlijk zou je alleen naar het gedrag van de potentiële mollen moeten kijken en niet naar al die pseudo-hints.

Omdat ik het toch wel een beetje sneu vind dat Anton zo in zijn eentje moet ploeteren, heb ik beloofd dat ik volgend jaar ook meedoe met het mol-appje. Je moet immers ook af en toe openstaan voor iets nieuws. Of in het geval van de mol: iets ouds. En misschien begrijp ik dan eindelijk waar al dat geouwehoer over gaat.

 

Jezus kan al bijna zijn eerste woordjes brabbelen. De onnozele kinderen hebben hun snoepgoed al lang en breed op. De drie wijzen hebben hun cadeautjes achtergelaten en zijn met lege handen aan de terugreis begonnen. Het is dus hoog tijd voor een kamerplant.

Meestal haalt de onze kerstboom Driekoningen niet, maar de eerste zaterdag na Nieuwjaar valt dit jaar op de zevende. Dat betekent dat Caspar, Melchior en Balthasar hun feestdag voor het eerst sinds jaren bij de kribbe hebben mogen vieren. Meestal zitten ze tegen die tijd allang weer in de doos. Kerst is leuk, maar het is wel beperkt houdbaar. 

Vandaag was dus zwarte zaterdag, de dag waarop alle kerstspullen weer ingepakt worden en voor tien maanden naar de berging worden verbannen. Omdat we de nodige spulletjes bij hadden gekocht, moest er ook het een en ander worden weggegooid. Het waren deze keer vooral verouderde kerstlichtjes die eraan moesten geloven.

En dan moet er natuurlijk hoognodig gestofzuigd worden. De naalden van onze kerstconifeer, maar vooral overal glittertjes. Ook onze zilveren kunstboom verliest ieder jaar flink wat naalden en die komen we over maanden nog tegen. Wel grappig, dat juist op de dag dat wij het kerstgevoel achter ons laten, de eerste sneeuw valt. Dat had de Heilige Familie wel iets strakker kunnen plannen.

 

De wereld is zo voorspelbaar. Op 31 december probeert de dozensupermarkt je nog te verleiden met allerlei lekkernijen voor de feestdagen. Op 2 januari liggen de schappen vol met fitnessattributen om je overgewicht en je schuldgevoel weg te werken. Zo verdienen ze er twee keer aan.

Wij doen niet mee aan die nieuwjaarsflauwekul. Sonja Bakker komt er hier niet in. Ik heb de Koude Oorlog nog meegemaakt. Ik kan me nog herinneren hoe we onze schuilkelder vulden met noodrantsoenen. Je moest immers altijd voorbereid zijn op een nucleaire aanval.

Bij ons wordt dus geen eten weggegooid. Nog dagenlang zitten we hier aan de kerstkransjes. Met de overgebleven oliebollen moet je iets meer haast maken. De saucijzenbroodjes die niet op zijn gegaan, blijven ook niet eeuwig goed. Qua buikomvang begin ik steeds meer op een cherubijntje te lijken.

Met Driekoningen zouden de meeste overblijfselen wel weggegeten moeten zijn en dan kunnen ook wij gaan consuminderen. Mocht er onverhoopt toch nog wat over zijn, dan mogen de wijzen dat meenemen naar het oosten. Handig voor onderweg.

 

Nieuwjaar is altijd zo’n raar feest. Je maakt het gezellig, zorgt voor wat lekkers en drinkt champagne om de overgang van het ene jaar naar het volgende te vieren. En als je ’s morgens wakker wordt blijkt er eigenlijk helemaal niets veranderd te zijn.

Wij deden het dit jaar samen met onze buurtjes. Er waren hapjes, er was frisdrank en er was alcohol. Kortom, het was gezellig. Om 00.00 uur keken we even vanaf onze galerij naar het vuurwerk en om 00.01 uur gingen we verder waar we gebleven waren. Ook Billy was gelukkig niet erg onder de indruk van het geknal rondom onze flat.

Zo weinig als er veranderd was op 1 januari, zo groot bleek het verschil op de 2e. In het aflopende jaar hadden er verschillende collega’s afscheid genomen op het werk. Maar er was ook een conservenblik nieuwkomers opengetrokken, die allemaal ingewerkt moeten worden.

Werk aan de winkel dus, want als het over online gaat moet ik de dwalenden de weg wijzen.  “Go into the light”, zei het paranormale dwergvrouwtje in Poltergeist om het zoekgeraakte meisje terug naar huis te leiden en ze had gelijk. Als een heus orakel stuur ik mijn discipelen naar het licht, want aan de andere zijde wacht het inzicht.

 

Er gaan maanden voorbij dat ik niet in de bouwmarkt kom. Maar je weet hoe dat gaat: de kerstspullen zijn in de uitverkoop, dus toch maar even een bezoekje gebracht. Helaas zat er niks aardigs meer tussen. Dan maar even een rondje gemaakt om te kijken of ze nog iets nuttigs hadden.

We hadden namelijk al een tijdje een probleem met de deur van onze loggia die niet dicht bleef. In de zomer is dat geen probleem, maar in de winter toch best wel koud. Wat bleek: er zat geen sluitplaatje meer in het deurkozijn. Daardoor bleef de schoot (ja, zo heet dat) niet in de daarvoor bestemde uitsparing in de deurpost zitten. Een buitenkans om me van mijn mannelijke kant te laten zien. Diep in mij schuilt een timmerman.

Omdat ik er toch was, heb ik ook maar meteen twee rookmelders meegenomen. Die waren tijdens de verbouwing zoekgeraakt en sindsdien was het er nog niet van gekomen om nieuwe aan te schaffen. 

De Vereniging van Eigenaars had in een brief de bewoners gevraagd om te voorkomen dat we bij een brand in ons appartement het hele gebouw zouden meenemen. Daar zit op zich wel wat in, dus heb ik er meteen maar een paar gehaald. Straks nog even ophangen en de hele flat kan opgelucht ademhalen. Ons goede voornemen voor 2017: niet afbranden.

 

De veranderingen gaan snel, tegenwoordig. We kopen geen hondenbrokjes meer in de winkel, maar bestellen die op www.hondenbrokjes.nl. We zappen niet meer langs alle tv-zenders, maar kijken on demand. We sturen geen kerstkaarten meer, maar wensen elkaar alle goeds via Facebook of WhatsApp.

Desondanks leek het ons wel leuk om bij onze medeflatbewoners een kaartje in de bus te doen. Een doos met kerstkaarten was snel gekocht. Decemberzegels waren niet nodig, want ze wonen hier toch allemaal om de hoek.

Het handige van kerstkaarten is dat de wens er al in gedrukt staat. Je hoeft er alleen nog maar je naam onder te schrijven: “Voorgedrukte kerstwensen, namens Anton, Billy en Peer.” Het sloeg enorm aan. In de aanloop naar de kerst lagen er iedere dag wel een paar kaartjes van buren in onze brievenbus. Bij elkaar is dat een enorm vrolijk gezicht. Met Facebookposts en appjes wordt dat toch een heel geprint en geknip.

Tot onze verrassing lag er gisteren een verlaat kaartje in de bus: “Voorgedrukte kerstwensen, namens Anton, Billy en Peer.” Ach, iemand heeft per ongeluk onze namen eronder gezet, dacht ik nog even, maar het was een van onze eigen kaartjes retour. Eigenlijk best geniaal. Vandaar ons goede voornemen voor 2017: oude kerstkaarten hergebruiken.

 

De kerstdagen lopen weer ten einde. Twee dagen lang hebben we ons weer van onze beste kant laten zien. Haartjes keurig gekamd, tandjes gepoetst, een geurtje achter de oren en een nieuwe kersttrui.

Facebook liep over van de goede bedoelingen. Hoogdravende verhalen over dreuzels en frisdrankfabrikanten. Mensen die elkaar de rest van het jaar naar het leven staan, sluiten twee dagen vrede. Maar als de gourmetschaaltjes weer in de vaatwasser staan, vervallen ze al snel weer in hun oude patroon.

Willem-Alexander heeft zijn jaarlijkse spreekbeurt weer gehouden. Of we met zijn allen een beetje verdraagzamer willen zijn. Of ze in Syrië willen stoppen met schieten en of de terroristen ons niet lastig willen vallen tijdens de kerstinkopen. Allemaal goed bedoeld, maar als morgen de wapenwinkels weer open gaan, is alles al snel weer zoals het was.

In een vastgeroeste wereld is er eigenlijk maar één manier om voor verandering te zorgen. Als je nu eens gewoon bij jezelf begint. Vraag je eens af of je zelf altijd wel zo goed bezig bent. Nee, je hoeft jezelf niet te sparen. Die slechte eigenschappen mag je ook wel eens benoemen. De vinger op de zere plek. Als je nou eens stopt met je irritantste gewoonte, wordt de wereld een stuk plezieriger. Voor de mensen om je heen dan toch.

 

Het blijft een raar feest, dat hele Kerstmis. We vieren de geboortedag van iemand die twintig eeuwen geleden geleefd heeft. Tenminste, daar gaan we dan maar van uit. De kans is net zo groot dat hij alleen de hoofdpersoon is in een literaire bestseller. Zeg maar de Harry Potter van de oudheid.

Harry Potter was de zoon van een tovenaar en een heks. Jezus Christus was de zoon van een timmerman en een huisvrouw. Tenminste, Jozef en Maria waren wel verloofd maar ze hadden nog niet met elkaar geslapen. Wat een verrassing dus, toen Maria toch zwanger bleek. Het was de zoon van God, maar ook met hem had de jonge moeder nooit het bed gedeeld. Het was een wonder. Jozef accepteerde zijn stiefkind daarom zonder gezeur als zijn eigen zoon.

Net als Harry Potter kwam Jezus op voor de dreuzels. Het maakte hem niet uit of je een bedelaar, een hoer of een andersoortige zondaar was. Iedereen hoorde erbij. Zelfs wie niet in zijn vader geloofde, mocht er zijn. Een fijn mens dus, of hij nou echt geleefd heeft of een personage uit een boek is.

Zijn verhaal werd echter geclaimd door fanclubs, die het gebruikten om de baas te spelen over zoveel mogelijk dreuzels. Wie zich niet aan hun regeltjes hield, werd uitgestoten of erger. Jezus’ verjaardagsfeestje werd gekaapt door een bedrijf dat een gezellige dikkerd in een rood pak bedacht om zoveel mogelijk frisdrank te verkopen. Niet hoe de Grote Schrijver het eigenlijk had bedoeld. Daarom gaan wij terug naar de kern: wij vieren deze dagen met onze naasten en wensen het allerbeste aan alle dreuzels van goede wil. Allemaal.