Categorie: Uncategorized

Buschauffeurs hebben het ook niet gemakkelijk. Van nature zijn ze allemaal ontzettend aardig, maar ik begrijp wel dat je een beetje chagrijnig wordt als je geen plaspauze mag houden.

Gisteren wilde ik met de bus naar de grote stad om tijdens een etentje afscheid te nemen van een collega. Hij is al vertrokken, dus eigenlijk was het een hernieuwde kennismaking. De bus is dan een fijne manier van transport, want zo kun je ook nog een biertje of wijntje drinken en dat maakt iedere afsluiting draaglijker.

Ik liep op goed geluk naar de halte en wat denk je: er stond al een bus klaar! Hij reed net weg toen ik kwam aanlopen, maar de chauffeur gebaarde dat ik nog wel mee mocht. Hij stopte en liet me instappen.

Dat is nog eens vriendelijk, dacht ik bij mezelf. “Top! Hartstikke bedankt!”, zei ik tegen de bestuurder. “De volgende keer moet je wel rennen”, reageerde hij nors. “Laat dan maar zitten”, wilde ik antwoorden om vervolgens demonstratief uit te stappen en de volgende bus te nemen. Ik ben 51, mijn rennende jaren liggen al ver achter mij. Maar de deur was alweer dicht.

Als ik een middagje ga shoppen in Eindhoven, doe ik dat meestal op de fiets. Zeker in de R-loze maanden. Omdat ik het te ver vind om naar mijn werk te trappen, is dat bovendien een gezonde inspanning. Alleen als het weer niet wil meewerken, neem ik de bus.

Blijkbaar ben ik niet de enige die dit bedacht heeft, want de bus blijkt altijd behoorlijk vol. Gelukkig weet ik meestal nog wel een zitplaats te vinden. Mensen die later instappen, hebben het wat moeilijker. Vervelend, zeker als je slecht ter been bent.

Gelukkig is er altijd wel een jongeling die zijn plek opgeeft voor een krakkemikkige medereiziger. Eventjes voel ik me dan schuldig, maar dan bedenk ik dat het wel logisch is dat iemand dat doet die dertig jaar minder op de teller heeft.

Met angst kijk ik vooruit naar het moment dat mensen voor mij gaan opstaan als ik de bus neem. Dat moet nog een graadje erger zijn dan de eerste keer dat jongelui me met ‘u’ en ‘meneer’ gingen aanspreken. Hopelijk kan ik dat schrikbeeld nog een jaartje of twintig, dertig afwenden.

Je raakt eraan gewend. Net als de garantieperiode afgelopen is, gaat je laptop kapot. Windows wilde niet meer opstarten en met de programma’s die ik nog wel kon bereiken, lukte het me niet om hem weer aan de praat te krijgen.

Natuurlijk ben ik niet voor één gat te vangen. Een speurtocht op internet leidde naar allerlei lotgenoten die oplossingen aandroegen om uit de shit te geraken. Van alles geprobeerd, maar ik had de indruk dat het er alleen maar erger van werd.

Gelukkig heeft mijn baas dan een afdeling systeembeheer en omdat ik mijn computer ook voor mijn werk gebruik, kan ik die jongens er zonder schuldgevoel ook eens naar laten kijken. De conclusie was duidelijk en onverbiddelijk: de harde schijf was kapot.

Voor de zekerheid nog maar even opgezocht bij welke webshop ik dat apparaat ook alweer gekocht had. Mijn mond viel open toen ik zag dat de garantie nog helemaal niet voorbij was. Door ervaringen uit het verleden was ik daar automatisch van uitgegaan. Vandaag kreeg ik bericht dat hij gerepareerd was. Gratis. Wonderen bestaan.

In maart had ik behoefte aan een weekje vrij. Eind mei is het eindelijk zover. Omdat het zo lang duurde, heb ik ook maar meteen vrij gevraagd in juli en augustus en ik overweeg ook nog een week in september.

Iedereen krijgt de vakantie die hij verdient. De mijne bestaat uit iedere dag temperaturen van rond de 30 graden, met af en toe een verfrissende bui met of zonder onweer en windstoten. Het lijkt hier wel Egypte, al koelt het daar ‘s nachts wat meer af.

Het programma bestond onder meer uit een ongekend verzorgde barbecue. Op maandag gingen we naar Zoo Parc Overloon. Dinsdag werd een dagje Limburg: kleren kopen en een kopje koffie doen in Weert. De serveerster dacht dat we het niet droog zouden houden, maar het viel mee.

Morgen doen we een dagje meubelplein. Zeg maar: rechtsaf waar ik iedere dag linksaf ga. Het is net The Butterfly Effect. Een zo’n beslissing die anders uitvalt, heeft invloed op het hele verloop van de rest van de dag en misschien nog wel langer. Geen onbezonnen acties dus.

”Het wordt terrasjesweer met Pinksteren. Ik ga niet werken hoor.” “Ik ook niet. Ik ga liever zwemmen.” “Weet je wat? Ik vraag mijn moeder wel. Misschien is die zo gek.” Zo kwam het dat de helpdeskmedewerkster hoorbaar haar breiwerk aan de kant moest leggen toen ik met Bol belde.

Anderhalf jaar geleden hadden we bij de internetwinkel twee laptops gekocht. Eén voor mijn man en één voor mij. Vorige week hield de zijne er plotseling mee op. Ik had nog even de systeembeheerders van de omroep ernaar laten kijken, maar zelfs zij konden het apparaat geen leven meer inblazen.

Ik wilde hem al bijna in de achtertuin begraven, toen ik zag dat er wonder boven wonder nog fabrieksgarantie op zat. God bestaat dus toch. Even zoeken op de website hoe je zo’n reparatie in gang zet. Helemaal niet zo moeilijk. Drie vragen beantwoorden en een druk op de knop. Helaas kreeg ik een error doordat de server bij Bol niet reageerde. En opnieuw. En opnieuw.

Dat schoot niet op. Omdat zelfs de chatbot geen oplossing voorhanden had, toch maar even gebeld met de servicebalie die 24 uur per dag bemand is. “Met de moeder van de helpdeskers.” Ik vroeg haar of ze me kon helpen. “Da’s toch nog behoorlijk ingewikkeld”, zei ze na even zoeken. Gelukkig kon ik haar erdoorheen loodsen en toen ik mijn bevestigingsmailtje kreeg, wist ik dat het ons gelukt was. Samen komen we er wel.

Ik werd genomineerd om mijn tien favoriete albums van lang geleden te posten in de komende tien dagen. Muziek die een diepe indruk maakte op mij. Alleen de hoes, verder geen uitleg. En wie ben ik om zo’n opdracht te weigeren?

Natuurlijk moet ik wel een beetje eigenwijs doen. Als ik iedere dag één hoes moet plaatsen, vergeet ik vast dagen. Daarom de hele bups in één keer. We kunnen het maar gehad hebben.

En natuurlijk wil ik het wel een beetje uitleggen. Ik heb vooral de eerste elpees gekozen die ik als klein Peertje in mijn platenkast had staan. Nog niet gehinderd door enige goede smaak. Dat kwam later pas. Ze bieden wel een mooi beeld van het einde van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig.

Nu mag ik ook nog mensen nomineren om de ketting niet te doorbreken. Ik geef deze vrolijke opdracht door aan iedereen die het leuk vindt om in het verleden te duiken en ook tien leuke herinneringen te delen. Ik ben benieuwd.

Zoals bekend wordt Nederland geregeerd door een vierpartijencoalitie. Philips, Unilever, Shell en AkzoNobel bepalen samen wat er overblijft voor gezondheidszorg, onderwijs en sociale zekerheid. Ondertussen doen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie alsof ze ook nog iets in de pap te brokken hebben, maar wij weten wel beter.

Ik heb altijd al een enorme hekel aan reclamespotjes van supermarkten. Daarin wekken ze de indruk dat ze begaan zijn met het milieu, dierenwelzijn en de portemonnee van de consument. In werkelijkheid zijn ze alleen bezig met hun aandeelhouders.

Statiegeld vinden ze bijvoorbeeld alleen maar vervelend. Dat kost de winkels namelijk tijd en energie en daar houden ze niet van. Want dat kost geld en dat houden ze liever zelf. Daarom is er nu een lobby aan de gang om dat hele gedoe met statiegeld af te schaffen.

De Lidl loopt daar alvast op vooruit. Daar herkent de statiegeldautomaat tegenwoordig het etiket. Als je merken wilt inleveren die niet daar zijn gekocht, dan zoek je het maar lekker uit. Ook al is het een identiek flesje, dat raak je het bij Lidl niet meer kwijt. Milieu is leuk, maar niet ten koste van het bedrijfsresultaat.

Gebrom

Wat is irritanter? “Bròòòòòm, bròòòòòm, bròòòòòm!” (een lange bromtoon met korte onderbrekingen) of “Brom… brom… brom!” (een korte bromtoon met lange onderbrekingen)? Wij hebben de afgelopen dagen de proef op de som genomen. Wat blijkt: iedere variant heeft zijn nadelen.

Vanuit het niets was er ineens die bromtoon. Het begon met lang-lang-lang. De daaropvolgende dagen was het kort——kort——kort. Het voordeel van de eerste versie is dat je aan zo’n monotone zeurtoon sneller went. De stiltes tussen de korte brommen waren langer, maar telkens werd je weer op het verkeerde been gezet en dacht je dat dit misschien wel de laatste was. Maar nee hoor: daar gaan we weer.

Eerst dachten we dat het probleem bij ons zat. Misschien een laat bijverschijnsel van de lekkage? De bron liet zich moeilijk traceren. Het geluid was werkelijk overal.

Later bleek tot onze vreugde dat meer mensen er last van hadden. Boven ons, naast ons en zelfs onder ons. Dan zou de oorzaak ook zomaar elders kunnen liggen. Dat is altijd fijner. Uiteindelijk bleek het onder ons appartement vandaan te komen. Een kapotte ventilator waarvan het lawaai zich via de ontluchtingsschachten voortplantte. Met een losgetrokken stekker was het opgelost. Voor ons dan.

Soms zie je wel eens beelden op tv van vrouwen (op een of andere manier zijn het altijd vrouwen) die met een enorme kruik op hun hoofd naar de dichtstbijzijnde waterput lopen. Zo voelt het een beetje als ik weer de hoofdkraan moet opendraaien omdat ik even naar de wc moet.

Zo ging het al een paar maanden in huize Wereldpeer. Vanwege onze lekkage moest de hoofdkraan zoveel mogelijk dicht, want anders regende het in het tunneltje onder onze flat en in tunneltjes hoort het niet te regenen. Alleen voor de wasmachine, de vaatwasser, de douche, het tanden poetsen, water voor Billy en de bloemetjes, voor te koken en om het toilet door te spoelen mochten we een tijdelijke uitzondering maken.

Vandaag kwamen de mannen om het te repareren. Ze hadden respect dat we ons al zo lang moesten behelpen. Maar ach, zei ik, er zijn landen waar ze helemaal geen water hebben of waar ze heel ver moeten lopen voor een put. De mannen knikten instemmend.

De mannen zijn nog niet klaar, maar we hebben al wel weer overal water. Daarvoor zijn we na al die ontberingen extra dankbaar. Dat we de komende dagen nog even in ons appartement moeten kamperen, nemen we graag op de koop toe. Er zijn immers landen waar ze geen appartementen hebben of waar ze heel ver moeten lopen.

Hoera, de r is weer uit de maand. Vanaf nu iedere dag zonnebaden en naakt tuinieren. En omdat de winterse ongemakken voorlopig weer achter ons liggen, mag ons autootje weer een keer door de wasstraat. Altijd een feestje.

Eigenlijk wilde ik ons Swifje eind april al een schoonmaakbeurt geven, maar toen zag ik dat de wasstraat ook een happy hour heeft. ‘s Morgens vanaf negen uur en ‘s middags vanaf vijf worden water, zeep en borstels een uur lang tegen gereduceerd tarief aangeboden.

Zoveel liefdadigheid kan ik natuurlijk niet laten schieten, zelfs als dat betekent dat ik een ochtend extra vroeg moet opstaan. Ik besloot zelfs het meest uitgebreide programma te nemen. De Swif wist niet wat hem overkwam.

Het leukste is echter dat je tijdens de wasbeurt in je auto mag blijven zitten. Baron 18-zoveel is er niks bij. Na de achtbaanrit voel je jezelf ook meteen een stuk schoner. Helaas duurt die vreugde altijd maar eventjes. Het eerste vogelpoepje is alweer gespot.