Categorie: Uncategorized

  
Twee dagen loop ik nu al rond met een nepkies. Nog negentien dagen te gaan. Op zich heb ik er niet veel last van, al voelt het net alsof er een kauwgum aan mijn gebit vastgeplakt zit die je er met geen mogelijkheid vanaf krijgt.

Toch waarschuwde mijn tandarts dat ik voorzichtig met mijn noodkroon moet omgaan. Met ragertjes en flosdraad moet ik ver uit de buurt blijven omdat ik anders mijn tijdelijke prothese wel eens in de wastafel zou kunnen terugvinden.

Tijdens het tandenpoetsen zag ik onverwacht wat schitteren achter in mijn mondhoek. Ik had eigenlijk verwacht dat mijn noodkroon gewoon tandkleurig zou zijn, maar die blijkt zilver. Het is bijna jammer dat hij zo ver zit weggestopt.

Op een wat prominentere plek had ik me bijna een gangstarapper kunnen wanen. Al hoort zo’n tand dan natuurlijk eigenlijk goudkleurig te zijn met een klein briljantje. Voor die drie weken was dat wel grappig geweest. Ik als 49 Cent, Ice-P of Peer Wit Attitudes.

  
Soms zoek je een plekje waar je helemaal tot rust kunt komen. Waar je je kunt ontspannen zonder dat iemand je lastigvalt. Waar je zomaar kunnen wegdoezelen met een aangenaam muziekje op de achtergrond.

De wachtkamer van mijn tandarts is zo’n plek. Heel naïef had ik me gehaast om op tijd te zijn voor mijn afspraak. Tegen beter weten in, want eigenlijk staat vooraf al vast dat mijn tandarts nooit op tijd is. “Een spoedgeval dat ertussendoor kwam”, excuseerde hij zich twintig minuten later. “Iemand met kiespijn kun je moeilijk zes weken laten wachten”, en uit ervaring weet ik dat hij gelijk heeft.

Zelf kwam ik om een kroon te laten aanmeten voor mijn kies. Toch een klein beetje spannend want dat was mijn eerste keer. Ik weet dat mijn tandarts mij nooit echt pijn doet. Alleen dat verdoven, daar ben ik geen fan van. Natuurlijk moet dat wel om erger te voorkomen, maar die prik is meestal het ergste van de hele behandeling.

Tot mijn verrassing voelde ik er bijna niets van. Terwijl de verdoving zijn werk deed, lag ik in de behandelstoel naar het muziekbehang te luisteren. Na een klein halfuurtje kon hij aan de slag. Ook het wegslijpen van de oude vulling ging als een zonnetje. “Dat komt doordat je voor deze kies al eens een zenuwbehandeling hebt gehad,” verklaarde mijn tandarts, “die is daardoor gevoelloos.” Geen centje pijn dus. Mijn tandartspraktijk is eigenlijk net een rusthuis.

  
Het hele huis staat hier in het teken van het Feest der Feesten. De hal staat vol met dozen met Feestspullen en net klonk er zelfs wat Feestmuziek. En dat allemaal omdat we over een paar maanden gaan verhuizen.

Het Feest waar ik het over heb is natuurlijk Kerstmis. Omdat we in ons nieuwe huis straks waarschijnlijk geen zolder hebben, moeten we met pijn in ons hart afscheid nemen van een groot deel van onze zorgvuldig opgebouwde verzameling van kerstkitsch.

Het is een kwestie van prioriteiten en hoewel Kerstmis bij ons hoog scoort, zijn er toch nog spullen die belangrijker zijn. Al kan ik er zo snel niet op komen wat dat dan precies zou moeten zijn. Daarom staan er nu tien verhuis- en andersoortige dozen in de hal te wachten totdat ze in de auto worden geladen. Ik vrees zelfs dat ze niet in één keer in onze Suzuki Swiffer gaan.

Hun laatste rit voert de tien dozen naar mijn grote broer die ook een groot kersthart heeft, maar bovendien een grote zolder. Hij mag zelf uitzoeken wat hij van al die kerstspullen wil bewaren en wat uiteindelijk bij de kringloopwinkel of, God verhoede, in de kliko belandt. Voor ons is het in ieder geval een hele verademing. Wij hoeven straks nog maar voor acht dozen een plekje te vinden in ons nieuwe appartement.

1000 stukjes

  
Hoewel we nog geen appartement hebben gekocht, zijn we ons toch al voorzichtig aan het oriënteren op een keuken. Bij verschillende scenario’s die nog tot de mogelijkheden behoren, moet namelijk de keuken worden vervangen. En voordat je het weet is het 2 mei en staan we op straat.

Zoals iedereen weet, zijn keukens veel te duur. Zo duur zelfs dat ze er ‘gratis’ inbouwapparatuur, tablets, fietsen of andere gekkigheid bij cadeau krijgt. Helaas bestaat gratis niet en betaal je toch voor al die sigaren uit eigen doos.

Daarom zijn we maar eens gaan kijken bij die grote Zweedse woonwinkel, want die verkoopt ook keukens. Zonder alle flauwekul eromheen en dus een stuk goedkoper. 

Grootste nadeel is dat alles bestaat uit losse onderdelen: in duizend stukjes in vele tientallen dozen. Dat is twee keer ingewikkeld. Als je moet bedenken hoe je het precies wilt hebben en als het in elkaar moet worden gezet. Vandaar dat we maar op tijd zijn begonnen. Zodat tegen de tijd dat we weten welk appartement het wordt, we meteen in de startblokken kunnen. En dan leggen ook wij in mei een ei.

  
Journalisten zijn serieuze mensen en zoiets frivools als mijn Suske en Wiske-verzameling vinden ze maar onzin. Zou je denken. Het toverwoord blijkt ‘gratis’.

Zoals iedereen hoort te weten staat Den Bosch dit jaar in het teken van Bosch 500. De bekende schilder Jeroen Bosch, koosnaampje Jheronimus, is vijfhonderd jaar dood en dat moet gevierd worden. Daarom worden twintig schilderijen naar Brabant gehaald, zodat we ons allemaal kunnen vergapen aan de pracht en praal van zijn werk. De expositie opent volgende week, zodra de carnavalsrommel is opgeruimd.

Maar natuurlijk draait het niet alleen om kunst maar ook om merchandising: Bosch-paraplu’s, Bosch-tassen, Bosch-onderzetters, alleen de Playmobil-poppetjes van de verschillende Bosch-figuurtjes ontbreken helaas.

Afgelopen week was in Den Bosch de officiële presentatie van Suske en Wiske deel 333, ‘De Bibberende Bosch’. Onze verslaggever mocht ernaartoe en kreeg een exemplaar mee. Nog nooit werd haar zo vaak gevraagd: “Mag ik die hebben?”, ook door mij. Maar heel terecht hield ze het boek zelf. Ik bestelde de strip vervolgens online omdat hij natuurlijk niet in mijn collectie mag ontbreken. Anders dan al die klaplopers voor wie het dan niet meer hoeft.


Vereeuwigd

  
Internetsamensteller bij Omroep Brabant, dat is natuurlijk een glamourbaan waar veel mensen jaloers op zijn. In de praktijk valt dat erg mee. Je werkt vooral achter de schermen en je zult mijn naam dan ook niet vaak op de website tegenkomen.

Maar wat moet je dan doen om echt beroemd te worden? Ik heb natuurlijk een tijd lang verhalen geschreven voor de Gay Krant maar die bestaat ondertussen niet meer. Samen met ‘mijn vrouw’ Mariëlle ben ik ooit geïnterviewd voor een verhaal over faghags. Dat was eigenlijk bedoeld voor de LINDA. maar belandde uiteindelijk in Volkskrant Magazine.

Het Eindhovens Dagblad wijdde ooit een stukje aan deze weblog. Dat dacht ik tenminste, maar het kan ook een andere krant geweest zijn. Met mijn grappige tweets stond ik tot twee keer toe in Veronica Magazine, het tijdschrift met de hoogste oplage van heel Nederland. Ook geen geringe prestatie.

Vanaf vandaag reikt mijn roem tot aan de grenzen van het universum. Als trouwe fan had ik namelijk een ingezonden brief gemaild naar Doctor Who Magazine. In het Engels. En ze hebben hem geplaatst. Iets mooiers kun je je toch niet voorstellen. Vereeuwigd in het blad dat ik al tien jaar lees. Vanaf hier kan het alleen nog maar minder worden. 

Knipogen

  
De roze brut stond al een tijdje in de koelkast naar ons te knipogen. Maar nee, eerst moesten alle handtekeningen gezet zijn. Vrijdag krabbelden wij al op de daarvoor aangewezen plek en vandaag volgden de kopers van onze riante tussenwoning ons voorbeeld.

Hoeveel huizen je ook koopt of verkoopt, het blijft altijd spannend. Daarom mag de laatste handtekening best wel gevierd worden met bijbehorende bubbels. IJs en weder dienende hebben wij hebben wij eind april begin mei het pand verlaten waarin wij zoveel bloed, zweet, geld en tranen hebben geïnvesteerd.

Tien jaar geleden begonnen we met de zolder en de slaapkamers. Daarna namen we de achtertuin onder handen. De badkamer en de voortuin. De achterpui en de dakkapel en uiteindelijk ook nog het dak van de berging. Dank aan iedereen die ons heeft meegeholpen, maar toch laten we dit decennium achter ons.

En nu de blik vooruit. Welk appartement in Valkenswaard wordt het onze. We hebben het volste vertrouwen dat dat helemaal goed gaat komen. Over drie maanden wonen wij in de schaduw van de Nicolaaskerk, kopen we bloemen en groenten op de donderdagmarkt, gaan we wandelen in de Malpie en tanken we in België. De toekomst lacht ons tegemoet.


  
Het gemiddelde flatje is kleiner dan een tussenwoning. De meeste appartementen hebben geen rommelzolder. Met alle spulletjes die wij in ons huis hebben bijeengesprokkeld, wordt opbergruimte straks dus best wel ‘een ding’.

Daarom zijn we nu al aan het bedenken wat er allemaal meegaat en waarvoor we een andere oplossing moeten zoeken. Mijn Doctor Who-verzameling en Suske en Wiske-collectie staan buiten kijf en dat geldt ook voor Antons spirituele uitrusting. 

Maar andere zaken zijn minder vanzelfsprekend. Onze kerstspullen zullen voor het overgrote deel een nieuw baasje krijgen. Gelukkig heeft zich al iemand gemeld die zich er liefdevol over zal ontfermen. Uit ervaring weten we dat het kerstgevoel bij hem in goede handen is. Ook in de koffers en weekendtassen komen we zo’n beetje om. Iemand nog vakantieplannen?

Dan hebben we nog een heleboel beeldjes, schilderijtjes en andere prullaria die beter af zijn op een rommelmarkt. Ook daar hebben we al iemand voor gevonden. In de schuur ligt nog wat schroot dat afgevoerd moet worden, maar een oudijzerhandelaar meldt zich alleen als je hem niet nodig hebt. Gelukkig hebben we nog een paar maanden.

  
Nu we ons huis per maandag 2 mei moeten verlaten, moeten we natuurlijk wel zien te voorkomen dat we dakloos worden. Dat is nooit de bedoeling geweest van het hele project.

Daarom moeten we nu met gepaste spoed op zoek naar vervangende woonruimte. Gelukkig staat er in Valkenswaard best wel een en ander te koop aan appartementen. En als potentiële koper word je behoorlijk in de watten gelegd. Eén keer werden we zelfs ontvangen met champagne, maar helaas moesten we nog rijden.

Ieder appartement heeft zijn plus- en zijn minpunten. Zo was er een complex waar je na een recente inbraak per appartement nog maar één sleutel van de gezamenlijke fietsenberging kreeg. Toch lastig als je allebei regelmatig gebruik maakt van je fiets of snorfiets. Dan moet je iedere keer de sleutel in de brievenbus gooien, maar daar moet je dan wel twee sleutels van hebben.

Ook belangrijk is de vraag of honden toegestaan zijn. Op één plek mochten alleen kleine huisdieren. Maar valt Billy, onze reusachtige bordeauxdog, onder de kleine huisdieren? Hij is groter dan een marmot en kleiner dan een olifant. Hij komt aardig in de buurt van een przewalskipaard en die zijn best klein. Moet kunnen dus.

  
Voordat de verkoop van ons huisje een feit is, zijn er nog enkele horden die moeten worden genomen. Het voorlopig koopcontract moet worden getekend, daarna krijgen de nieuwe eigenaren nog drie dagen bedenktijd en moeten ze het ook nog financieel rond zien te krijgen.

Voordat ze dat proces ingaan, wilden de kopers het huis nog aan een technische keuring laten onderwerpen. Geen probleem want een mankement zou ons nog meer verrassen dan hen. Met alle verbeteringen van de afgelopen tien jaar zou het vreemd zijn als er nog een gebrek was overgebleven.

Of we ervoor wilden zorgen dat onze hond weg was, belde onze makelaar, als de koper en de keurmeester langskwamen. Dus ging ik vanmiddag maar weer een lange wandeling met Billy maken, zoals dat ook steeds moest als er kijkers kwamen.

Billy is geen fan van lange wandelingen. Op iedere hoek wil hij de kortste weg terug naar huis nemen. Zelfs op het speelveldje was hij al snel uitgespeeld. Hij zal blij zijn als al die flauwekul achter de rug is. Net als wij kan hij niet wachten tot zijn hondenmand in Valkenswaard staat.