Categorie: Uncategorized

Als ik om me heen kijk, zie ik steeds meer mensen die obsessief bezig zijn met sporten. Omdat dat goed voor je is. Ik ben daar zelf niet zo van. Hoeveel mensen vallen er niet dood neer tijdens een marathon, omdat ze te veel van hun lijf gevraagd hebben? Ik wil best bewegen, maar het moet wel nut hebben.

Vroeger heb ik een tijdje gezwommen, maar hoeveel baantjes kun je trekken voordat je uit complete verveling naar de bodem zakt? Of fitness, ook niet echt iets dat je jaren volhoudt. Daarom kwam ik uit bij fietsen: ik moest toch naar mijn werk. De bekende twee vliegen in één klap.

Maar sinds we zijn verhuisd is woon-werkfietsen geen optie meer. Dus pendel ik af en toe op een vrije zaterdag naar de binnenstad van Eindhoven om wat te gaan shoppen.

Gisteren legde ik de lat wat hoger: de IKEA aan de andere kant van stad om een lamp te gaan halen die ik kapot had laten vallen. Dat had ook maandag gekund, want ik werk er om de hoek, maar ach: de uitdaging. God was het er meteen al niet mee eens, want toen ik de draaideuren uitliep, kreeg ik mijn kettingslot niet meer los. Gelukkig zit er ook een bouwmarkt, waar ik slotspray kon halen, maar de boodschap was duidelijk: sporten is meer iets voor andere mensen.

Als journalist weet je dat een weekend niet heilig is. Het nieuws gaat immers altijd door en moet ook steeds door iemand verslagen worden. Soms moet je op zaterdag werken, soms op zondag en soms allebei. Alles voor het vak.

Ik heb daar geen problemen mee, als die vrije dagen maar een keer komen. Mij maakt het niet uit als mijn ‘weekend’ op maandag en dinsdag of op donderdag en vrijdag valt. Maar soms lukt dat niet en valt je weekend op woensdag en vrijdag en moet je tussendoor nog een dag komen opdraven. Niet ideaal maar vooruit: je moet blij zijn dat je werk hebt.

Deze week valt mijn weekend op zondag. Eén dag dus maar en dat vind ik toch een beetje kort. Maandag moet ik alweer om half zeven beginnen, daarom heb ik mijn dienst op zaterdag wat vervroegd om er toch nog een paar uur bij te smokkelen.

Verder probeer ik mijn vrije tijd zo saai mogelijk in te vullen. Zodat de uren langer lijken te duren. Maar gisteravond gingen we naar het theater en vanmiddag gaan we naar de muziek. Op die manier vliegt het weekend om. Saai en lang of leuk en kort. Wat een dilemma.

Het is de laatste dagen leven op het randje. Op de arbitraire scheidslijn tussen normaal en overgewicht. De ene dag komt er een pondje bij, de volgende dag gaan er weer wat onsjes af. De ene dag ben ik een slanke den, de volgende dag een dikke koe.

Het is nauwelijks te voorspellen wat de weegschaal de volgende dag zal aangeven. Zo kun je zomaar aankomen omdat je de vorige dag te veel sla hebt gegeten. Het is niet eerlijk. Sla!

Of je lichaam beslist dat het vocht gaat vasthouden. Je moet iedere dag genoeg water drinken, maar als de volgende ochtend je ring te strak zit, weet je al genoeg: aangekomen.

En dan zijn er nog die gemene spullen die ze in je eten stoppen. Alles wat uit een potje komt, schijnt tegenwoordig smaakversterkers nodig te hebben. Als er E621 of gistextract in zit (bij de Chinees bekend als ve-tsin), kun je er zonder meer van uitgaan dat je de volgende dag zwaarder bent. Je moet zo ontzettend opletten wat je in je mond stopt. Lijnen met hindernissen.

“Normaal.” Het klinkt allesbehalve opwindend. En wat is normaal? Gewoontjes. Alledaags. Saai. Onorigineel. Het voelde bijna als een belediging toen ik als normaal werd omschreven. Je kunt veel van me zeggen, maar ‘normaal’ is niet iets wat ik vaak te horen krijg.

Mijn kledingkeuze vinden veel mensen niet normaal. Mijn haardracht net zo min. Mijn sandalen. Mijn ongezonde fascinatie door Doctor Who en Suske en Wiske is ook niet normaal. En dat ik hier al veertien jaar stukjes schrijf voor iedereen die het lezen wil. Da’s echt niet normaal.

Maar nu is er eindelijk één categorie waarin ik de kwalificatie normaal verdien. Althans volgens het appje waarin ik mijn pogingen om de nodige kilo’s te verliezen registreer. Tot voor kort leed ik nog aan overgewicht, maar nu val ik in de categorie normaal. Er heeft zich geen jury over gebogen, maar een berekening van mijn BMI kwam uit op 24,9 en dan hoor je bij het normale deel van de bevolking.

Ik moet toegeven dat ik wel een beetje heb gesmokkeld en mijn recente krimp buiten beschouwing heb gelaten. Als lengte heb ik 1,78 meter ingevoerd hoewel dat bij de laatste officiële meting nog maar 1,76 was. Anders kun je met het verstrijken der jaren oneindig blijven lijnen. En dat vind ik dan weer niet normaal.

Het ging net zo goed. Na acht maanden was eindelijk de r weer uit de maand. Kou en regen maakten plaats voor zon en hitte en zelfs de zomer wierp zijn schaduw al vooruit. Maar toen waren daar ineens de Deprimerende Dagen van de Lidl.

Ja hoor, de krasactie van onze dozensupermarkt is er weer. Heel misleidend schrijven ze Kras & Win op de loten, terwijl algemeen bekend is dat dat eigenlijk Kras & Verlies moet zijn. Nou ja, voor ons dan. Een maand lang krijgen we bij de kassa tegenslag na tegenslag te incasseren. In ieder geval een goede manier om gokverslaving tegen te gaan.

Soms lezen we op Facebook wel eens verhalen van mensen die wel winnen. Dat ze gratis een potje jam mee naar huis mogen nemen. Je zou er bijna jaloers van worden, maar wij mogen geen jam, want wij volgen nog steeds een koolhydraatarm dieet.

Maar geluk moet je afdwingen, dus wij gaan met de kracht van positief denken meteen voor de hoofdprijzen: een jaar gratis boodschappen doen of een vakantie op Malta. Als het een beetje meezit maken we een dubbele klapper: een jaar gratis boodschappen doen op Malta. Hoop doet leven, ook al is het tegen beter weten in.

Goed

Eens in de paar maanden ga ik naar Het Goed om te kijken of ze nog nieuwe oude dingen in de aanbieding hebben. Een bezoek aan deze tweedehandswinkel is een uitgelezen manier om te ervaren dat wij het goed hebben.

Voor mij is het vooral bedoeld om een koopje te scoren. Misschien hebben ze nog een aardige dvd of een ontbrekende Suske en Wiske. Wellicht staat er een vaas die eigenlijk het daglicht niet meer kan verdragen, maar desondanks prima in ons interieur past.

Tegelijk slenteren er mensen rond die op zoek zijn naar kleding die ze eigenlijk niet kunnen betalen. Of speelgoed voor de kinderen, waar eigenlijk geen geld voor is. Meestal kunnen je de twee soorten klanten nauwelijks van elkaar onderscheiden. Gelukkig maar.

Het Goed zal het allemaal worst wezen. Het is een commercieel bedrijf, dus er moet gewoon geld verdiend worden. Tegelijk zorgen ze ervoor dat bruikbare spullen niet in de afvalcontainer verdwijnen en laten ze mensen die moeilijk aan een baan kunnen komen werkervaring opdoen. En daarom is het goed dat Het Goed er is.

Alleen maar blije gezichten vandaag, want het is braderie in Valkenswaard. Iedere donderdag is het hier al weekmarkt, maar op hemelvaartsdag komen daar nog eens 250 kramen bij. En de zon schijnt. Kan een mens gelukkiger zijn?

Tot nu toe was de rage van die spinners een beetje aan ons voorbijgegaan (wij hebben geen kinderen en Billie leest liever een goed boek), maar nu konden we er niet meer omheen. Overal kwam je ze tegen, die dingen die je mee naar school moet nemen om de juf en de meester tot waanzin te drijven. Alleen daarvoor is die plastic prul zijn vijf euro meer dan waard.

Het hoogtepunt van de braderie is de tweedehandse boekenmarkt. Bananendozen vol afgedankte lectuur die een nieuw baasje zoekt. Tegenwoordig ook met dvd’s, cd’s en lp’s. En de opbrengst wordt gebruikt om spinners te kopen voor de arme kindjes in Afrika.

Eenmaal terug thuis kunnen we vanuit onze loggia genieten van het uitzicht op de fietsenstalling beneden. Allemaal mensen die naar huis gaan met een gevuld tasje en een voldane blik. Het geluk zit in overbodige spulletjes.

 

Ruim dertien maanden wonen we nu in ons nieuwe appartement, maar het is nog maar zes weken geleden dat we officieel toestemming kregen voor ons zithoekje op de galerij. Gelukkig wel net op tijd voor de eerste tropische dagen van dit jaar.

Wij hebben het voorrecht dat we de laatste in de rij zijn. Na de brandtrap komt er nog een doodlopend stukje galerij dat geen functie heeft als vluchtroute. Dat betekent dat we er naar eigen goeddunken invulling aan kunnen geven, maar natuurlijk wel binnen de kaders van de Vereniging van Eigenaars.

Een opblaasbadje zit er dus helaas niet in, maar wel een zithoekje met wat gezellige plantjes. Het is dus heerlijk toeven dezer dagen bij Casa di Pepe. Kopje koffie, muziekje, digitaal krantje, wie doet je wat. En als hij het niet te warm vindt, komt Billie er ook nog gezellig bij liggen.

’s Middags verdwijnt de zon achter de hoogbouw, maar meestal biedt dat wel wat welkome verkoeling en als het echt te fris wordt is er altijd nog de loggia. Ons inpandige balkon dat aan het eind van de middag de zon vangt. Met uitzicht op de mensen die naar de winkelpromenade flaneren. Nee, wij hebben geen Costa Extranjera nodig.

Mijn haar is soms net een kappersopleiding. Dan weer geverfd, geblondeerd of naturel, dan weer lang of kort, dan weer los, op een knotje of in een staart. De ene keer geslaagd, dan wat minder, maar in ieder geval nooit slaapverwekkend. Wat wil je met een inwonende kapper?

Mensen die altijd hetzelfde haar hebben, hebben soms wat moeite met zoveel afwisseling. “Wie moet je vandaag weer voorstellen?”, vragen ze dan. “Zeg jij het maar”, luidt mijn reactie in zo’n geval.

Zo kwam André Rieu al voorbij, Jan Vayne, Hans Klok en Thomas Gottschalk (dat is de Duitse presentator van Wetten Dass, googel maar eens een foto). Maar sinds ik experimenteer met een driehoekje onder mijn onderlip (een mouche of soulpatch als ik de zoekmachine mag geloven) word ik uitgemaakt voor Johnny Depp.

Ik kan me eerlijk gezegd grotere beledigingen voorstellen. Sterker nog: Depp wordt ook alweer 54 en met zijn leven vol seks, drugs en piraterij begint zijn lijf al behoorlijk uitgezakt te raken. Als ze voor Pirates of the Caribbean deel 6 nog een body double zoeken, houd ik me aanbevolen. Tegen iedere schappelijke vergoeding.

 

 

Action, Big Bazar, Lidl, Aldi… goed voor de portemonnee, slecht voor het milieu. Hoe vaak komt niet voor dat je daar iets koopt, niet omdat je het nodig hebt, maar omdat het zo goedkoop is. En als het toch niet helemaal is wat je ervan had verwacht, dan gooi je het gewoon weg. De ultieme verspillingsmaatschappij.

Zo wilde ik al een tijdje nieuwe zomerschoenen. Sandalen had ik al, maar je wilt niet altijd met je naakte tenen rondlopen. In het Aldifoldertje stonden instappers voor maar vijf euro. Aan die prijs kan alleen het milieu zich een bult vallen.

Ik kon de verleiding dan ook niet weerstaan. Natuurlijk wist ik wel dat het niet de beste schoenen zouden zijn die ik ooit gehad had. Ze waren dan ook niet bedoeld om grote afstanden mee af te leggen. Een beetje voor rond het huis, op een terrasje, bij de tent, je kent dat wel.

In het begin waren ze een beetje stug, maar dat zijn schoenen altijd. Daarvoor hebben ze inlopen bedacht. Maar toen ze na een paar dagen nog steeds niet lekker zaten, begon ik me toch een beetje zorgen te maken. Het zou toch geen enkeltje afvalcontainer worden? Een grondige inspectie bood uitkomst: je kunt natuurlijk altijd de kartonnen opvulling eruit halen.