Categorie: Uncategorized

Gebrom

Wat is irritanter? “Bròòòòòm, bròòòòòm, bròòòòòm!” (een lange bromtoon met korte onderbrekingen) of “Brom… brom… brom!” (een korte bromtoon met lange onderbrekingen)? Wij hebben de afgelopen dagen de proef op de som genomen. Wat blijkt: iedere variant heeft zijn nadelen.

Vanuit het niets was er ineens die bromtoon. Het begon met lang-lang-lang. De daaropvolgende dagen was het kort——kort——kort. Het voordeel van de eerste versie is dat je aan zo’n monotone zeurtoon sneller went. De stiltes tussen de korte brommen waren langer, maar telkens werd je weer op het verkeerde been gezet en dacht je dat dit misschien wel de laatste was. Maar nee hoor: daar gaan we weer.

Eerst dachten we dat het probleem bij ons zat. Misschien een laat bijverschijnsel van de lekkage? De bron liet zich moeilijk traceren. Het geluid was werkelijk overal.

Later bleek tot onze vreugde dat meer mensen er last van hadden. Boven ons, naast ons en zelfs onder ons. Dan zou de oorzaak ook zomaar elders kunnen liggen. Dat is altijd fijner. Uiteindelijk bleek het onder ons appartement vandaan te komen. Een kapotte ventilator waarvan het lawaai zich via de ontluchtingsschachten voortplantte. Met een losgetrokken stekker was het opgelost. Voor ons dan.

Soms zie je wel eens beelden op tv van vrouwen (op een of andere manier zijn het altijd vrouwen) die met een enorme kruik op hun hoofd naar de dichtstbijzijnde waterput lopen. Zo voelt het een beetje als ik weer de hoofdkraan moet opendraaien omdat ik even naar de wc moet.

Zo ging het al een paar maanden in huize Wereldpeer. Vanwege onze lekkage moest de hoofdkraan zoveel mogelijk dicht, want anders regende het in het tunneltje onder onze flat en in tunneltjes hoort het niet te regenen. Alleen voor de wasmachine, de vaatwasser, de douche, het tanden poetsen, water voor Billy en de bloemetjes, voor te koken en om het toilet door te spoelen mochten we een tijdelijke uitzondering maken.

Vandaag kwamen de mannen om het te repareren. Ze hadden respect dat we ons al zo lang moesten behelpen. Maar ach, zei ik, er zijn landen waar ze helemaal geen water hebben of waar ze heel ver moeten lopen voor een put. De mannen knikten instemmend.

De mannen zijn nog niet klaar, maar we hebben al wel weer overal water. Daarvoor zijn we na al die ontberingen extra dankbaar. Dat we de komende dagen nog even in ons appartement moeten kamperen, nemen we graag op de koop toe. Er zijn immers landen waar ze geen appartementen hebben of waar ze heel ver moeten lopen.

Hoera, de r is weer uit de maand. Vanaf nu iedere dag zonnebaden en naakt tuinieren. En omdat de winterse ongemakken voorlopig weer achter ons liggen, mag ons autootje weer een keer door de wasstraat. Altijd een feestje.

Eigenlijk wilde ik ons Swifje eind april al een schoonmaakbeurt geven, maar toen zag ik dat de wasstraat ook een happy hour heeft. ‘s Morgens vanaf negen uur en ‘s middags vanaf vijf worden water, zeep en borstels een uur lang tegen gereduceerd tarief aangeboden.

Zoveel liefdadigheid kan ik natuurlijk niet laten schieten, zelfs als dat betekent dat ik een ochtend extra vroeg moet opstaan. Ik besloot zelfs het meest uitgebreide programma te nemen. De Swif wist niet wat hem overkwam.

Het leukste is echter dat je tijdens de wasbeurt in je auto mag blijven zitten. Baron 18-zoveel is er niks bij. Na de achtbaanrit voel je jezelf ook meteen een stuk schoner. Helaas duurt die vreugde altijd maar eventjes. Het eerste vogelpoepje is alweer gespot.


Een nieuwe tandarts is altijd weer spannend. Is het een kampbeul of heeft hij begrip voor de situatie? We waren erg tevreden over onze vorige, maar doordat die met pensioen ging, was een overstap onvermijdelijk.

We hadden een keurige brief gekregen waarin stond dat we voortaan bij het nabijgelegen gezondheidscentrum terechtkonden. Dat maken we zelf wel uit, dacht ik nog even, maar natuurlijk gingen we het wel gewoon proberen.

De binnenkomst was indrukwekkend. Onze oude tandarts werkte in zijn eentje, met één assistente, maar dit leek wel een gestroomlijnde tandfabriek. Hier liepen hele legers aan tandartsen, assistentes en mondhygiënistes rond. We waren dan ook lekker snel aan de beurt.

Ik had me voorgenomen om kritisch te zijn. Tandartsen met inwonende mondhygiënistes zijn in mijn ervaring namelijk nogal snel geneigd om je door te verwijzen. Als die stil staan, leveren ze namelijk geen geld op. Maar gelukkig bleek dat niet nodig. Er werd alleen even een schoonmaakster uit een la getrokken die in vijf minuten mijn tandsteen weghaalde. Zoals mijn oude tandarts dat ook deed. Nu alleen nog de rekening afwachten.


Op onze brievenbus zit een JA/NEE-sticker, wat betekent dat we geen reclamefolders maar wel de huis-aan-huisblaadjes willen ontvangen. De laatste tijd begin ik daar een beetje aan te twijfelen. Zou een NEE/NEE-sticker niet beter zijn?

Vroeger had je hier verschillende krantjes, maar die zijn sindsdien allemaal in één hand gekomen, samengevoegd en kapotbezuinigd. Met als gevolg dat het Weekblad weinig meer te melden heeft dan de folder van de Aldi of de Lidl. Met recht kun je nu spreken van het lokale ‘sufferdje’. Het enige nuttige is de uitagenda.

Wat het nog erger maakt, is de eigenwijze bezorger. Op het krantje staat dat het op woensdag wordt bezorgd. De bezorger vindt donderdagavond een beter moment. Dat betekent dat je de informatie over de jaarlijkse braderie op hemelvaartsdag altijd te laat krijgt, want die is op donderdag overdag.

Gelukkig viel Koningsdag dit jaar op vrijdag. Smachtend zaten we te wachten op het sufferdje om te lezen wat we allemaal konden gaan doen. Uiteindelijk viel het krantje op vrijdagavond in de bus. De bezorger moest eerst zelf Koningsdag vieren.

Vandaag zweren we weer trouw aan de Oranjes. Hier doen we dat in de vorm van een Harleydag die geen Harleydag meer mag heten omdat de motorfabrikant dat niet wil. Dan maar de American Bike Day. Maakt ook niet uit: als er maar zakgelopen en gespijkerpoept kan worden.

Even verderop is de vrijmarkt met tweedehands spulletjes. Vooral veel mensen op dekentjes langs de weg, weinig mensen die met gekochte spullen naar huis sjouwen. Zo’n dag maakt vooral duidelijk dat rommel echt rommel is, waarvoor nog maar één oplossing bestaat.

Dan was er natuurlijk ook nog het verplichte springkussen dat alleen op eigen risico betreden mocht worden. Ik durfde het niet aan.

Gelukkig was ook de supermarkt geopend. Daar hebben we de Hollandste aller diepvriesgroentes gekocht. Koningsdag zonder spruitjes is geen Koningsdag. Anders kun je net zo goed Thaise wokgroenten halen en de verjaardag van Koning Bhumibol de Grote vieren, maar die is alweer een tijdje dood. Spruitjes dus.

Mijn haar houdt de gemoederen bezig. En niet alleen van mezelf. Ik dacht van heel wat gedoe verlost te zijn als ik mijn haar lang liet groeien, maar daardoor heeft juist iedereen er een mening over.

In de wildernisperiode kamde ik het met gel naar achteren, maar toen het lang genoeg was ging ik het in een staart dragen. Toen ik daarop uitgekeken was, gooide ik het los. Zelf vond ik het wel iets van Cornelis Le Mair weghebben, maar verder was “Ik vind het niet mooi” de meest gehoorde reactie. Van allerlei mensen wier mening er niet toe doet, maar ook van mijn man. Dus moest ik iets anders verzinnen.

Nu heb ik het boven strak naar achteren in een staartje en in de nek los. “Wat ben jij toch met je haar bezig. Je lijkt wel een meisje.”

Verder werd ik vergeleken met Salvador Dali. Ik vroeg nog of dat een compliment was, maar dat was wel zo bedoeld. Anton zag dat anders, “want die heeft zo’n bolle ogen.” Iemand anders herkender er Tinus Kanters in. De festivalorganisator is 112 en heeft nogal geleefd. Zeg dan in ieder geval ‘een jonge Tinus Kanters’.

Gribus

Heel lang geleden was ik op vakantie in Londen. Tijdens rondzwervingen door ons enorme hotel belandden we in het gedeelte waar het personeel verbleef. Daar werden de gangen nauwelijks gestofzuigd en in de krappe lift waren we bang dat we tussen twee verdiepingen zouden blijven steken. Duidelijk geen hoge prioriteit bij de eigenaar.

Daaraan moet ik wel eens terugdenken als ik vanuit onze woonkamer naar de parkeerplaats bij ons appartementengebouw kijk. Het deel voor de bezoekers van het winkelgebied en het uitgaanscentrum wordt keurig onderhouden.

Maar achter een poort ligt nog een stukje waar winkelpersoneel zijn auto neerzet. Overwoekerd door onkruid en met bergen dorre bladeren die in de uithoeken zijn gewaaid. Bepaald geen visitekaartje. De meeste parkeerders krijgen dat niet mee, maar wij kunnen vanuit ons appartement alles overzien.

Totdat een man dat afgelegen stuk aan het fatsoeneren was. Misschien wel omdat iemand er A4’tjes had opgehangen, wellicht met kritiek op die gribus. Ik moest een verrekijker zoeken om het opschrift te kunnen lezen. Het lag toch anders: een winkelier had de parkeerplaatsen geclaimd en wilde waarschijnlijk in en uit zijn auto stappen zonder door die rommel te hoeven waden.

Vroeger ging je naar de boekenwinkel en daar kocht je een boek en dan had je een boek. Of je ging naar de platenzaak en nadat je betaald had kon je de aangschafte cd meteen mee naar huis nemen. Tegenwoordig koop je zoiets op internet en moet je maar afwachten of je je aankoop ook echt in de bus krijgt.

Zo werd Black Friday afgelopen jaar steeds zwarter. Ik had een voordelige dvd op de kop getikt met gratis verzending. Dan begrijp je dat het eventjes duurt, maar geen maanden. Als je dan informeert en geen reactie krijgt, weet je al hoe laat het is. De film heb ik toen maar ergens anders gekocht.

Of je koopt ruimschoots voor carnaval een leuk halloweenkostuum dat ondanks flinke verzendkosten behoorlijk lang op zich laat wachten. Iedere keer als je vraagt waar het blijft, krijg je hetzelfde mailtje waarin staat dat er iets mis was gegaan, maar dat het er nu echt aankomt. Uiteindelijk hebben we maar iets bij Bol.com gekocht, want dat heb je tenminste de volgende dag.

Dat die internetbedrijven jouw geld hebben terwijl jij met lege handen staat voelt niet eerlijk. Daarom heb ik de creditcardmaatschappij en Paypal op hen af gestuurd. En allebei hebben ons geld teruggehaald bij die boeven. Dat voelt toch een stuk beter. Laat die oplichters maar bloeden.

Snackautomaten horen bij de meest gehate apparaten ter wereld. Vanaf vandaag begrijp ik waarom. Eigenlijk zijn het illegale gokkasten. Je stopt er geld in en daarna moet je maar afwachten of je iets wint.

Het is natuurlijk al niet fijn als je op zaterdag moet werken. Eigenlijk wil je je auto wassen of gaan klussen in huis, maar in plaats daarvan moet je naar kantoor om kantoordingetjes te doen. Bovendien vergeet je je broodtrommel en dan is de kantine natuurlijk ook nog eens gesloten.

De enige oplossing is dan de snackautomaat. Mijn eerste poging betrof een gevulde koek. De gekrulde stang begon te draaien, maar de koek bewoog iets te langzaam naar voren. Daardoor was het luik dat de traktatie moet doorlaten alweer gesloten en viel de koek erbovenop.

Dan kun je tegen die automaat slaan, maar dat mag natuurlijk niet. Ik dacht: dan bestel ik nog maar iets. Een worstenbroodje is ook wel lekker. Nadat ik opnieuw geld had gedoneerd, viel de gevulde koek inderdaad door het luik. Het worstenbroodje wikkelde zich echter om de de ijzeren wokkel en die zullen ze op derde paasdag operatief moeten verwijderen. Ach, een winkans van 50 procent is altijd nog beter dan de Staatsloterij.