Mijn man en ik horen weer een paar maanden bij de happy many. Dan kunnen we weer zien hoe het Frank Underwood vergaat en of de meisjes van oranje alweer netjes in het gareel lopen. Ja, we zijn weer eventjes lid geworden van de familie die Netflix heet.

Netflix is leuk, maar niet leuk genoeg om je het hele jaar bij aan te sluiten. Daarvoor brengen ze net te veel ouwe meuk. Maar zo af en toe is het een leuk extraatje om weer even een paar series bij te kijken. De hele Star Trekgeschiedenis kun je er bijvoorbeeld terugzien. Meer dan 700 afleveringen als ik ik het goed heb. Dat is nog eens bingewatchen.

Voor de liefhebbers mijn topvijf:
1. House of Cards
2. Fargo
3. The Expanse
4. Orange is the New Black
5. Stranger Things

Voor wie nu denkt: het is toch veel te warm om Netflix te kijken. Wij hebben een airconditioning. Bij ons binnen merk je er helemaal niets van dat het zomer is. En anders blijf je ’s avonds rondzappend weer bij Jinek hangen. Of erger nog: bij RTL Boulevard. Dan kun je nog beter bingen met Uhura en Chekov.

Gisteren ben ik een echte held geweest. Een ontredderde buurvrouw kwam vragen of ik haar kon helpen. Dat vroeg ik mezelf ook af, maar gelukkig had de hulpvraag een goede afloop. 

Ze had een kapot halogeenspotje in de keuken. Omdat ze haar arm in een mitella had, kon ze die zelf niet vervangen en haar naaste familie was op vakantie. Als een heuse klusjesman beklom ik het keukentrapje. Het was nog niet zo eenvoudig als het leek, want door het onpraktische armatuur kon je er maar moeizaam bij. Maar na wat gepriegel en gedraai zat het nieuwe lampje op de juiste plek.

Toen ik weer thuis was, besloot de wasmachine er halverwege het programma mee op te houden. F-18, riep hij dreigend. Gelukkig heb ik de handleiding van dat apparaat nog. F-18 betekent dat de afvoerpomp verstopt zit, maar na een tijdje had ik hem toch gevonden.

Eerst moest ik de trommel leeg laten lopen, want die zat nog vol met water. Daarna moest ik de pomp opendraaien en schoonmaken. En wat denk je dat ik tegenkwam? Een euro. Onze wasmachine heeft een ingebouwde fooi voor amateurklussers die haar weer op gang helpen.

Als je de eerbiedwaardige leeftijd van 50 bereikt hebt, kun je wel blijven doen alsof je de jeugdigheid zelve bent, maar op een gegeven moment zul je toch moeten accepteren dat je te oud bent voor Ronnie Flex, Lil’ Kleine en Jebroer. Net zoals je grootouders niets begrepen van de Beatles en de Rolling Stones.

Op een gegeven moment moet je je verzoenen met je sterfelijkheid en je leeftijd accepteren. Omroep MAX kijken op tv, dagjes uit naar Giethoorn en Volendam, jezelf in plooibroeken en ruitjesoverhemden hijsen, de haartjes kortgeknipt en op tijd naar bed. Er moet bij ons dus nog veel gebeuren.

Dat we gisteren gingen shoppen bij Van Cranenbroek, was een mooi begin. Een enorme hal vol met middelmatigheid in alle soorten en maten. Kleren en tuinmeubels, speelgoed en dierenvoer, feestartikelen en huishoudspulletjes. Ze hebben er echt alles.

Wij kwamen buiten met een setje dobbelstenen voor aan de autospiegel. Verfraaiing en luchtverfrisser in één. Buitengeur stond er op de verpakking. Als dat niet degelijk is. Helaas moesten we onderweg het raam opendraaien omdat de lucht niet te harden was. Ze zien er wel leuk uit. Ook belangrijk.

Soms heb ik dringend de behoefte om mijn kleerkast op te ruimen. Om al mijn broeken en T-shirts en bloesjes weg te doen die ik ooit in een vlaag van wansmaak heb aangeschaft. Ruimte scheppen in je kleerkast is ruimte scheppen in je hoofd.

Maar kleren weggooien die nog niet versleten zijn, is een van de zeven hoofdzonden. Gelukkig is er dan de daklozenopvang. Ook daklozen hebben kleren nodig, maar zij hebben geen kleerkast om ze in te leggen en te hangen.

Met een liefdadig gevoel bladerde ik door mijn garderobe. Deze blijft, deze gaat, deze blijft… Zo kregen de blijvertjes meer ademruimte en de kledingstukken die moesten gaan hadden uitzicht op een tweede leven bij iemand die het niet zo goed getroffen heeft als wij.

Soms moest ik even twijfelen. Niet over de vraag of ik iets wel weg moest doen. Daar was ik zo uit. Maar over de vraag of ik iets wel aan een dakloze kon geven. Met zo’n afgeknipte spijkerbroek ziet zo’n dakloze er zo uit als een zwerver. Dat moet je zo iemand niet willen aandoen. Die gaat dan dus toch maar in de vuilniszak.

Twee of drie. Meestal maakt het niet zo veel uit. Twee of drie suikerklontjes in de koffie. Het is allebei vies. Twee of drie koekjes erbij? In beide gevallen een klein feestje. Maar soms is twee of drie een wereld van verschil.

Zo liep laatst onze voorraad wc-papier ten einde. Als je dat constateert is het hoog tijd om op te treden. Je wilt niet dat je uiteindelijk naar de voorpagina van het Eindhovens Dagblad moet grijpen. Zeker niet als je die dezer dagen digitaal leest.

Gelukkig is er dan de dozensupermarkt om de hoek. Die heeft immers altijd een hele berg klaarliggen. Hoewel: deze keer waren ze helemaal door het drielaags toiletpapier heen. Dan kun je dus uitwijken naar vierlaags of tweelaags. En aangezien onze wc ooit verstopt is geraakt door vierlaags papier werd het dus tweelaags.

Iets minder luxe dan we gewend zijn, maar voor een keertje moest dat dan maar. Nou dat hebben we geweten. Dubbellaags papier van de dozenwinkel kun je zo doorheen kijken. En als je het rolletje afwikkelt, valt het al bijna in snippers uit elkaar. Daarom zijn we toch maar snel ergens drielaags gaan halen. Vandaar: gratis ter overname aangeboden elfeneenhalve rol tweelaags toiletpapier om mee te papiermacheeën of om propjes van te maken.

Ik heb helemaal niets met abseilen en ook bungeejumpen is niet mijn ding. Er gaan maanden voorbij zonder parachutesprong. Toch is mijn leven af en toe best wel avontuurlijk. Vanmorgen nog.

Om negen uur wilde ik mijn auto naar mijn werk rijden. Vanuit onze parkeerkelder moet ik dan via een steile hellingbaan naar de uitgang. Normaal gesproken opent zich dan de roldeur, maar vanmorgen ging hij juist dicht. Daar sta je dan bovenaan een steile helling en je kunt geen kant op.

Ik weet al waar het waarschijnlijk misging. Vlak voor mij vertrok er een knul op een fiets en die heeft waarschijnlijk de roldeur gebruikt in plaats van de gewone deur, zoals volwassen fietsers doen. Daarmee het hele ritme van de roldeur in de war gooiend.

Eerst moest ik proberen of ik met de afstandsbediening de roldeur ook van bovenaf kon openen. Dat lukte gelukkig. Daarna kreeg ik een hellingproef van buiten categorie: mijn auto aan de rol zien te krijgen bij een enorm stijgingspercentage. En dan liefst naar buiten in plaats van achteruit terug naar beneden. De derde poging lukte. Het waren een paar spannende seconden. Genoeg voor de komende maanden.

 

Ik had mijn speech al helemaal voorbereid voor als meneer en mevrouw gekkie me weer zouden aanspreken op het poepgedrag van onze Billy. Maar beide balkonschreeuwers lijken van de aardbodem verdwenen. Misschien kon God het ook niet meer aanzien en heeft hij hen in zoutpilaren veranderd?

Ik wist al precies wat ik zou zeggen. Dat ze maar naar het politiebureau moesten gaan als ze het er niet mee eens waren (dat is hier om de hoek). Dat ze daar dan maar moesten vertellen dat er iemand zijn hond uitlaat onder hun balkon, dat vervolgens keurig opruimt en de poep in een afvalbak gooit die daarvoor bedoeld is. Ik denk dat ze meteen in dwangbuizen afgevoerd zouden worden naar een bijpassende inrichting.

Maar nadat meneer gekkie urenlang in de regen op de uitkijk had gestaan, hebben we niets meer van het gestoorde stel vernomen. Misschien zoutpilaren, misschien hebben ze de moed opgegeven, misschien zijn ze gewoon op vakantie. Wie zal het zeggen?

Maar wij zijn de beroerdste niet. We leggen voortaan een knoopje in het zakje, voordat we het weggooien. En we gooien het in de afvalbak zo ver mogelijk van hun balkon vandaan. Je moet de problemen immers niet opzoeken. Als ze nu nog commentaar hebben, weten we in ieder geval zeker dat het niet aan ons ligt.

 

 

Ik probeer altijd erg hip en bijdetijds te zijn, maar sommige hypes zijn alweer helemaal overgewaaid voordat ik in de gaten heb dat er iets aan de hand was. Neem nu die spinners. Ik zag die voor het eerst hier op de braderie. Als er een plek is waar je achterhaalde rages tegenkomt, is het daar wel.

Wie een beetje trendgevoelig is, koopt zijn spulletjes natuurlijk niet op een braderie. Kraam na kraam lag vol met die gekke draaidingetjes. Ik had ze nog nooit gezien, maar het scheen een ding te zijn.

Nu, een paar weken later, raken ze ze aan de straatstenen al niet meer kwijt en liggen ze overal in de uitverkoopbakken. Vandaar dat mijn man er met twee thuiskwam. Eén voor hemzelf en één voor mij. Ze schijnen goed te zijn voor de concentratie. “Zo moet je dat doen”, deed hij voor.

Maar daar moet je met mijn gestoorde motoriek natuurlijk niet mee aankomen. Ik kreeg mijn spinner niet aan het spinnen. Ik kreeg mijn draai duidelijk niet gevonden. Anton kreeg al snel medelijden en heeft me uit mijn lijden verlost. “Geef maar hier.” Nu zit hij af en toe te spinnen en ik zoek andere manieren om me te concentreren. Dat lukt me gelukkig ook nog zonder kinderspeelgoed.

Dat hebben wij weer. Een gillend gekkie op drie hoog in het appartementengebouw aan de overkant. Erger nog. Het zijn er ondertussen twee. Op dag 2 stuurde mevrouw gekkie haar man om vanaf het balkon te vertellen wat ik wel en niet met Billy en zijn poep mocht doen.

Vooropgesteld: het is erg vervelend als je met pensioen wordt gestuurd en je met je tijd geen raad meer weet. Als je dan ook nog gaat dementeren en je van alles in je hoofd haalt wat er niet is, is dat voor niemand fijn. Ook niet voor ons.

Het echtpaar heeft in de gaten gekregen dat wij Billy meestal rond vijf uur uitlaten. Meneer gekkie stond al te wachten op het balkon. Toen ik genoeg gehoord had, deed ik de doppen van mijn iPod weer in mijn oren en kuierde ik aan. Het zakje met Billypoep liet ik achter in de daarvoor bestemde afvalbak.

Op dag 3 besloot ik mijn uitlaatrondje al om vier uur te doen. Omdat ik dat gemauw wel een beetje zat was en om te kijken wat er zou gebeuren. Meneer gekkie heeft vanaf vijf uur twee uur lang op zijn balkon staan wachten. Zelfs in de regen. Waarschijnlijk denkt hij dat hij gewonnen heeft en dat we Billy nu ergens anders uitlaten. Wat zal het een feest geweest zijn in het gekkiehuis. Al moeten ze nu weer iets anders gaan zoeken om zich aan te ergeren.

Weet je waar ik zo moe van word tegenwoordig? Dat iedereen vindt dat hij altijd gelijk heeft en dat hij ook meteen zijn zin moet krijgen. Dat je er ook op een andere manier tegenaan kunt kijken of dat de waarheid wel eens anders zou kunnen zijn, komt niet in ze op. Het is net of de wereld één grote kleuterschool is.

Tegenwoordig laten we Billy uit op het parkeerterrein bij onze flat. Dan plast hij in een gootje en zijn poep ruimen we keurig op. Met een zakje en dat gaat dan in een afvalbak die aan een lantaarnpaal hangt.

Gisteren had ik een aanvaring met een bejaarde. Vanaf een balkon van de flat aan de overkant schreeuwde ze me toe. Dat ik die zakjes niet in die bakken mocht doen, want dat stonk zo. Nou dat zal nogal meevallen. Ik rook beneden niets, dus dan zal het voor haar op drie hoog ook nogal meevallen.

“Die bakken zijn daarvoor bedoeld”, riep ik terug, want er zitten stickers op die dat aangeven: voor afval en hondenpoep. Maar dat was volgens haar niet waar. Nadat ik me nog een paar keer herhaald had, dropte ik het volle zakje in de bak en liep ik met Billy naar binnen. Misschien kan ik het huisnummer van dat viswijf nog achterhalen, dan weet ik inderdaad nog wel een betere plek.