JA-NEE

Woensdag zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Nog drie dagen en ik heb geen idee op wie ik ga stemmen en of ik wel ga stemmen. “Maar, Wereldpeer, als je niet gaat stemmen heb je daarna geen recht van spreken meer!” Je kunt het ook omdraaien: als je wel gaat stemmen, ben je medeplichtig.

In onze gemeente doen acht partijen mee, die één voor één afvallen als serieuze kandidaat. Bijvoorbeeld die partijen die folders in onze brievenbus stoppen ondanks onze JA-NEE-sticker. Als ze die verantwoordelijkheid al niet aankunnen…

Dan is er die lijst met een nummer twee die zaken doet met een advocaat die uit het ambt is gezet. Twee partijen hebben kandidaten uit een familie die vooral bekend is geworden door vriendjespolitiek. En dan nog die oud- PVV’er die hier zijn eigen bejaardenpartij is begonnen omdat Henk Krol hem niet wilde. Zeg het maar!

Gelukkig kun je ook nog je mening geven over de sleepwet. Mensen roepen massaal dat ze niet willen dat de overheid hun telefoon afluistert of hun e-mailtjes meeleest. Dezelfde mensen staan straks te jammeren als de geheime dienst die terroristische aanslag niet heeft voorkomen. Een veel te ingewikkeld onderwerp voor een JA-NEE-referendum.

Het moet zeker drie jaar geleden zijn dat ik me voor het laatst ziek heb gemeld. Hele griepgolven heb ik lachend aan me voorbij laten gaan. En ook bij de laatste tsunami van influenza meende ik de dans te ontspringen met dank aan een gezonde geest in een gezond lichaam. Maar helaas.

Ik vind dat ik het nog lang heb uitgezongen. Na carnaval was er nog geen wolkje aan de lucht. Waar steeds meer mensen het lieten afweten, hield ik kranig stand. Ik leek in mijn eentje wel een Frans dorpje in de Romeinse tijd.

Maar uiteindelijk moest toch de ketel met toverdrank tevoorschijn worden gehaald. Of in de praktijk het doosje met Paracetamol. De pilletjes gingen er doorheen als waren het BenBits. En ’s nachts leek het wel alsof ons waterbed lek was, maar we hebben geen waterbed.

Opvallend genoeg staat mijn lijf zichzelf alleen in het weekend toe om ziek te worden. Alleen was dit een weekend waarin ik moest werken. Dat ging dus niet door en er moest een blik met invallers worden opengetrokken. Maar daarvoor moet ik nu uiteindelijk wel zelf de tol betalen, want ze schuiven je weekenddienst gewoon een week door. Denk je daar eens lekker onderuit te komen.

Het leven is een aanschakeling van hoogte- en dieptepunten: carnaval, Valentijnsdag, ons 12-jarig huwelijksfeest. Maar wat is dan het dieptepunt, vraag je je misschien af. Dat moet dan de lekkage zijn, waarmee we gisteren werden geconfronteerd.

Onder ons appartement is een tunneltje, waardoor auto’s naar de binnenplaats kunnen rijden. Gisteren kwam een buurman vertellen dat er daar water naar beneden druppelde en dat moet wel haast uit onze woning afkomstig zijn.

Erg verwonderlijk is dat overigens niet, want ons appartementengebouw wordt veelvuldig geplaagd door lekkages. Zeker drie of vier in een jaar tijd. Zoveel dat het eigen risico per schadegeval omhoog moest omdat de opstalverzekering anders onbetaalbaar werd. En nu zijn wij dus het spreekwoordelijke haasje.

Enigszins ontdaan door deze ellende besloot ik maar naar mijn werk te rijden. Maar eerst moest ik nog langs het meubelplein want ik had me voorgenomen om Anton voor onze trouwdag iets leuks voor in huis te geven. Het werd een mooie vaas. Toen ik later mijn collega’s over alle tegenslag vertelde, had een van hen een prima oplossing: dan zet je die vaas toch gewoon onder dat lek.

Witlof

Zo, carnaval zit er weer op. Het was een combinatie van bier en hoempamuziek met als hoogtepunten ‘Jacqueline, waar is de vaseline?’ en ‘Keneu, keneu, keneu’. Maar het was vooral erg gezellig.

Groot voordeel is dat de kroeg hier letterlijk aan de overkant is. We hoefden dus alleen maar de straat over te steken. Gemakkelijker konden ze het niet maken.

Uiteindelijk zijn we drie avonden op stap geweest. Vrijdag na mijn avonddienst, zaterdag en zondag. Op maandag moest ik weer werken, dus besloten we de laatste dag wat eerder te beginnen. Dan konden we ook wat eerder naar huis. Maar dat moet je dan natuurlijk wel doen, anders werkt het averechts. Maandag verliep dus een beetje moeizaam.

Carnaval wordt dit jaar op de voet gevolgd door Valentijnsdag. Mijn man heeft een witlofschotel gemaakt: ‘From Anton Witlof’. Als ik dit stukje af heb ga ik zoute pinda’s voor hem halen, want daar houdt hij zo van. Van mij en van zoute pinda’s.

I saw the shower already hanging, maar desondanks viel het een beetje tegen dat op carnavalszaterdag het pakje met mijn carnavalspakje nog niet was aangekomen. Het moest helemaal uit Engeland komen, maar met tien euro verzendkosten en een maand de tijd had dat toch best mogen lukken.

Ik had het pakje via eBay besteld en de verkoper had me verzekerd dat mijn kostuum echt onderweg was en zeker op tijd zou arriveren. Maar helaas. Nu moet ik hem laten weten dat hij zijn pakje mag houden en het mag steken where the sun doesn’t shine. En of hij zo vriendelijk wil zijn mijn geld terug te storten, anders stuur ik de creditcardmaatschappij achter hem aan.

Gelukkig was er nog Bol.com, want die heeft je pakje de volgende dag op de mat liggen. Maar een harlekijn is geen Señor Bones en ik had me zo verheugd op mijn personage van de Mexicaanse Dia de los Muertos.

Om het allemaal toch nog een beetje op zijn plek te laten vallen, hoop ik dat Anton mij vanavond een schedelhoofd wil schminken. Dan ben ik weliswaar geen Señor Bones, maar een horrorharlekijn doet het ook altijd goed.

 

 

 

Ik weet het nog goed. Het was op Black Friday, vrijdag 24 november. De blu ray van het nieuwste seizoen van Doctor Who kostte maar 30 Britse ponden en geen verzendkosten, een koopje dat ik niet kon laten gaan.

Ik wist wel dat het met gratis verzending wat langer zou gaan duren, maar het is nu bijn tweeënhalve maand later en ik wacht nog steeds. Mailtjes waarin ik informeer hoe het ermee staat, worden niet beantwoord. Gelukkig is er dan de verzekering van de creditcardmaatschappij. Die boekt het bedrag gewoon terug en dan zoeken ze het bij de webshop maar lekker uit.

Nee, dan woensdag 17 januari. Op die dag bestelde ik het Day of the Dead Señor Bones Costume. Eigenlijk bedoeld voor halloween, maar ook uitermate geschikt voor carnaval. Zaterdag 27 januari moest hij er zeker zijn, ruim op tijd voor de feestdagen.

Niet dus. Navraag leerde dat mijn bestelling pas later was verzonden, maar ze kwam er nu echt aan. Ik ben benieuwd. Vier dagen hebben ze nog de tijd. Zul je zien dat ik weer carnaval moet vieren in dat ijsberenvel dat ik altijd draag met die dagen. Leuk hoor die internethandel, maar het zou betrouwbaar moeten zijn.

M4a

Wie van mijn lieve lezertjes weet er wat m4a is? Ikzelf weet het pas sinds kort en wat mij betreft is het belangrijkste dat m4a niet mp3 is. Ik zal het even uitleggen.

Tegenwoordig zweert iedere muziekliefhebber bij Spotify of Deezer, maar ik vertrouw niet op die diensten. Ik geloof niet dat een algoritme kan voorspellen welke muziek ik mooi vind. Geef mij maar mijn ouderwetse iPod Classic. Dan bepaal ik zelf wel wat er voorbijkomt.

Er is alleen één nadeel. Het volume jojoot alle kanten op. Sinds kort ben ik erachter dat dat komt doordat er mp3’s en m4a’s op mijn iPod stonden. Voor de nitwits: mp3 is gecomprimeerde audio en m4a is mp4 (gecomprimeerde audio/video) maar dan zonder de video. Mp3 krijg je als je muziek downloadt en m4a als je cd’s importeert in iTunes (tenzij je dat anders instelt, maar ik wist niet dat dat kon).

Het probleem blijkt te zijn dat mijn iPod het geluidsniveau van mp3 en m4a niet op elkaar af weet te stemmen. Daarom heb ik alle m4a omgezet in mp3. Nog best een karwei, zeker als je er pas later achterkomt dat het slimmer had gekund. Maar nu is alles van dezelfde codering en ook even hard. Dat betekent dat ik in de auto veel minder aan de volumeknop hoef te draaien en dat scheelt weer op de snelweg. Veiligheid voorop.

Als journalist ga ik al een hele tijd mee. Ik weet nog dat er tijdens mijn opleiding her en der elektrische typmachines stonden. Met een correctielint, dat was al heel wat. Als je iemand ging interviewen nam je een schrijfblok mee, waarop je de antwoorden in telegramstijl neerpende.

Sindsdien heb ik vrijwel altijd in de binnendienst gezeten. Als je iemand wat wilde vragen, ging dat per telefoon met een briefje ernaast voor de aantekeningen.

Het was dus een hele tijd geleden dat ik er voor een artikel opuit ging. Het was voor een verhaal voor de komende Versus, het tijdschrift van de Fameuze Fanclub waarin de liefhebbers van Suske en Wiske zich verenigd hebben. Ik ging een kijkje nemen bij de maker van de inmiddels 150 beeldjes van deze striphelden en alle randfiguren.

Ik deed dat gewapend met een iPhone. Om foto’s te maken en het gesprek op te nemen. De plaatjes zagen er prima uit en de opnames waren veel nuttiger dan het blocnootje van vroeger. De app die de tekst automatisch uitschreef, kwam vooral met wartaal op de proppen. Daar heb je in deze moderne tijden dus gelukkig nog steeds een journalist voor nodig.

Omdat ik een weekje vrij heb, heb ik de januaristorm des doods beleefd vanuit mijn bed. Ervan overtuigd dat het wat ons betreft allemaal wel los zou lopen, besloot ik niet overeind te komen, maar me nog een keer om te draaien.

Dat was af en toe nog best spannend, want van de andere kant van het slaapkamerraam hoorde ik allerlei geluiden die ik normaal niet hoor als ik nog wat lig te doezelen. Het zullen onze wegwaaiende planten wel zijn, dacht ik, maar die waren door de winterkou toch al het meeste van hun aantrekkingskracht kwijtgeraakt. En onze antieke Egyptische poort klinkt anders.

Er bleek inderdaad weinig aan de hand. Toen de wind was gaan liggen, nam ik een kijkje op ons stukje van de galerij. Zelfs de planten die bij het minste geringste met pot en al naar beneden vallen, hingen nog keurig op hun plek aan de balustrade. Alsof er nooit iets gebeurd was.

Vandaag zag ik pas dat onze achterburen wel getroffen waren. Zij kunnen voortaan zonder te klimmen vanaf hun balkon naar beneden springen omdat de afscherming die hen uit de wind moest houden, zelf is weggewaaid. Vervelend voor hen, maar ook voor ons. Het zit er namelijk dik in dat wij nog jaren tegen dat afgebroken scherm aan moeten kijken.

 

Zouden er nog mensen zijn die hun foto’s laten afdrukken om ze vervolgens in een album te plakken? Zelf moet ik daarvoor zeker vijftien jaar teruggaan in de tijd en tijdens mijn recente opruimwoede zijn alle fotoboeken in een doos naar de berging verdwenen.

Een paar jaar lang leek het me nog een geniaal idee om fotoalbums kant en klaar af te laten drukken, maar al snel kwam ik tot de conclusie dat dat ook te veel werk was. Exit Albelli en co.

Vanaf dat moment plaats ik mijn foto’s in de cloud en gebruik ik mijn tablet om er doorheen te bladeren. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Alle plaatjes moeten namelijk eerst bewerkt worden en soms moet ik nog een andere uitsnede maken. Toch ook nog best veel werk.

Twee keer per jaar ga ik er eens goed voor zitten en vandaag heb ik het tweede deel van 2017 definitief ingeblikt. Om het nog makkelijker te maken heb ik ook nog even geregeld dat ze voortaan automatisch naar de wolk worden gestuurd. Dat scheelt weer een handeling. Leuker kan ik het niet maken, wel makkelijker.